Gedicht ‘Hebben en Zijn’

Op school stonden ze op het bord geschreven.
Het werkwoord hebben en het werkwoord zijn;
Hiermee was tijd, was eeuwigheid gegeven,
De ene werklijkheid, de andre schijn.

Hebben is niets. Is oorlog. Is niet leven.
Is van de wereld en haar goden zijn.
Zijn is, boven die dingen uitgeheven,
Vervuld worden van goddelijke pijn.

Hebben is hard. Is lichaam. Is twee borsten.
Is naar de aarde hongeren en dorsten.
Is enkel zinnen, enkel botte plicht.

Zijn is de ziel, is luisteren, is wijken,
Is kind worden en naar de sterren kijken,
En daarheen langzaam worden opgelicht.

uit het werk van Ed Hoornik (1910-1970)


Het duurde eeuwig en het duurde even

Het duurde eeuwig en het duurde even – een klaaglied in de vorm van een villanelle (eigen werk).

Het duurde eeuwig en het duurde even

Voer

Jij liet je herkauwen boven de voerbak

jij liet je slachten onder de olm

jij voedde mens en dier.

Wim Jansen

Theoloog, schrijver en dichter


dezer werrelt, die zoo dwerrelt / eeuwigh gaat voor oogenblick

Intelligenter dan Hugh Aldersey-Williams in zijn Een eeuw van licht : het leven van Christiaan Huygens is Steven Shapin in De wetenschappelijke revolutie (2005). Zijn oog is gericht op een beweging, minder op individuele figuren waardoor hij een contextuele visie ontwikkelt, minder biografie is minder anekdotiek. Maar ook hij worstelt met woorden en visies. Dat […]

dezer werrelt, die zoo dwerrelt / eeuwigh gaat voor oogenblick

‘Hoe kan het dat liberalisme nu juist de angst voor de vrijheid versterkt?’

ANALYSE

Rob Riemen

Directeur van het Nexus Instituut

‘Het Amerikaanse liberalisme is weg, door toedoen van rechts én links,’ zegt Rob Riemen, directeur van het Nederlandse Nexus Instituut deze week in Knack. In deze bijdrage, naar aanleiding van de Nexus-conferentie Age of anxiety komende zaterdag, analyseert Riemen ons tijdperk van angst.

Je hoeft geen psycholoog te zijn om te weten dat angst de dominante mense­lijke emotie is, en je hoeft ook geen historicus te zijn om te beseffen dat er nooit een tijdperk is geweest waarin mensen zonder vrees hebben geleefd. Altijd was er wel de vrees voor het lot, de komst van de barbaren, honger, armoede, de hel en de eeuwige angst voor de dood. En toch vat in 1947 de dichter W.H. Auden de twintigste-eeuwse tijdgeest perfect samen als hij zijn grootste prozagedicht publiceert met als titel: The Age of Anxiety. Precies een jaar later schrijft Albert Camus een kort essay onder dezelfde titel: Le siècle de la peur, welke hij begint met de opmerking: ‘De zeventiende eeuw was het tijdperk van de wiskunde, de achttiende die van de natuurwetenschappen, de negentiende die van de biologie, maar de twintigste eeuw is de eeuw van de angst.’

Voor Auden en Camus onderscheidt hun tijdperk van de angst zich van voorafgaande tijdperken doordat er in hun tijd na twee wereldoorlogen iets fundamenteels vernietigd is: de waarde van de mens; de menselijkheid zelf, het vertrouwen in de mensheid. Het menselijk individu is oog in oog komen te staan met de naaktheid van het menselijk bestaan, zijn verlatenheid en leegte. Eeuwenoude tradities zijn gebroken en niets lijkt er nog te zijn waar men enig houvast aan kan ontlenen om, voorbij de slagen van het lot, het leven enige zin te geven. Het menselijk bestaan is absurd geworden. Dat is ook de stelling die Camus in 1941 verdedigt met zijn essay over Le mythe de Sisyphe waarin hij onomwonden stelt: ‘De filosofie heeft maar één werkelijk serieus probleem: de zelfmoord. Het oordeel of het leven al dan niet waard is geleefd te worden, houdt het antwoord in op de belangrijkste vraag die de filosofie stelt.’

Dat er een tijdperk van de angst zou aanbreken waarin de geestelijke waarden en betekenis van het menselijk bestaan verloren zouden gaan, was al decennia eerder door Nietzsche aangekondigd met zijn voorspelling over de komst van het nihilisme, en nog voor hem ook al door de Deense denker Søren Kierkegaard. In 1844 publiceert hij zijn verhandeling Het begrip angst, in 1848 De ziekte tot de dood en in die jaren maakt hij de aantekening: ‘Het is mij te moede als een arme huurder, die een kamertje heeft gehuurd onder de dakspanten van een geweldig gebouw, waaraan steeds verder wordt gebouwd en dat steeds verder wordt verfraaid, terwijl hij tot zijn ontzetting meent te bespeuren dat de fundamenten het begeven.’

De essentie van het mens-zijn is zoek, wat overblijft is een bestaan, een existentie die wordt overspoeld door de gewaarwording van het eindeloze niets: er is geen zin, er is geen betekenis, je bent helemaal vrij — maar wat moet je met die vrijheid?

De Eerste Wereldoorlog is het begin van het tijdperk van de angst. De daarop volgende roaring twenties trachten met veel kabaal de demonen van de angst te bezweren, maar in feite zijn zij niets anders dan een maskerade voor wat de schrijver en filosoof Hermann Broch typeerde als de ‘vrolijke Apocalyps’, omdat hij de nieuwe werkelijkheid wel onder ogen wilde zien. Er ontstaat een nieuwe kunststroming, het Expressionisme, dat in al zijn facetten de nu alles overheersende angst wil tonen. De nieuwe filosofie van Jaspers, Heidegger en Sartre, het existentialisme, is in aansluiting op het denken van Kierkegaard de filosofie van deze angst; de ervaring dat ieder individu even vrij als eenzaam is en in die verlatenheid op zoek moet naar zijn eigen zelf en de zin van zijn bestaan.

Nu had wederom Nietzsche al voorspeld dat je een Übermensch moet zijn voor deze bovenmenselijke taak om zelf nog enige betekenis te vinden in een wereld die absurd is en een bestaan dat nooit zonder tragiek is. Nietzsche voorzag ook al dat het ‘gewone volk’ (academici en gegoede burgerij voorop), voorbij alle ratio en vol ressentiment om wat hen ontnomen is, of dreigt ontnomen te worden, zich zullen vastklampen aan de vermeende zekerheden waar zij hun identiteit aan ontlenen. Een angstcultuur wordt zo politiek. Een van de eersten die daarvan de psychologie analyseert is Wilhelm Reich met zijn in 1933 gepubliceerde Die Massenpsychologie des Faschismus, een boek dat in nazi-Duitsland onmiddellijk verboden wordt. Reich toont aan dat er helemaal geen idee achter het fascisme schuilt (de idee dat dat wel zo is, is een misverstand dat tot op de dag van vandaag in de academische wereld bestaat), en dat het fascisme niets anders is dan ‘de georganiseerde politieke expressie van de karakterstructuur van de gemiddelde mens die verlangt naar autoriteit, op wil gaan in de massa, niet zelf wil denken, laat staan eigen verantwoordelijkheid accepteert’. Een andere oud-leerling van Freud, Erich Fromm, vat in 1941 de psychologie van het fascisme samen in één zin: angst voor de vrijheid.

‘Na een Tweede Wereldoorlog is de angst alleen maar groter geworden’

Na een Tweede Wereldoorlog is de angst niet alleen niet verdwenen, ze is alleen maar groter geworden. De Koude Oorlog wakkert de vrees voor een nucleaire holocaust aan. De grootste angst echter manifesteert zich in het zich afsluiten voor, het niet willen weten van angst en onzekerheden door zich over te geven aan geesteloosheid, want angst kan alleen bestaan bij wie zich bewust is van zichzelf en de wereld. 5

Kierkegaard, de filosofische grootvader van het existentialisme, is de eerste die dit maatschappelijk verschijnsel constateert: ‘Er is in de geesteloosheid geen angst, daarvoor is ze te tevreden en te geestloos. […] Door het zien van de meeste mensen om zich heen, door het druk te krijgen met allerhande wereldse aangelegenheden, door te gaan begrijpen hoe het er aan toegaat in de wereld, vergeet zo’n mens zichzelf, vergeet hoe hij, in goddelijk opzicht, heet. Zo durft hij niet langer op zichzelf te vertrouwen, vindt het gewaagd zichzelf te zijn, vindt het veel gemakkelijker en veiliger te zijn zoals de anderen, een na-aper te worden, nummer te worden, mee opgenomen in de massa. […] Ze gebruiken hun talenten, verzamelen geld, doen wereldse zaken, maken slimme berekeningen, etc. etc., worden misschien vermeld in geschiedenisboeken, maar zichzelf zijn ze niet. Ze hebben, naar de geest beschouwd, geen zelf, geen zelf waarvoor ze alles kunnen wagen, geen zelf voor God — hoe zelfzuchtig ze verder ook mogen zijn.’

Maar, waarschuwt Kierkegaard: ‘Hoewel er nu in de geesteloosheid geen angst is, omdat met de geest ook de angst is uitgesloten, is de angst er toch, alleen wacht ze.’ De angst wacht, verborgen voor het bewustzijn. Maar zodra dit individu op een of andere wijze met een crisis wordt geconfronteerd die zijn vermeende zekerheden aantast, dan zal die weggestopte angst als in een explosie zich manifesteren. Depressies, paniek, ressentiment, gevoelens van onmacht of agressie, kunnen dan algauw mateloos zijn.

In de tweede helft van de twintigste eeuw, een honderd jaar na het werk van Kierkegaard, wordt dit fenomeen van de geesteloosheid die de angst moet buitensluiten ook waargenomen door psychologen als Rollo May, Erich Fromm, Ronald Laing en filosofen als Herbert Marcuse en Alan Watts.

Wat na de verschrikkingen en vernietiging van twee wereldoorlogen een ‘gezonde samenleving’ (Erich Fromm) had moeten worden met individuen die juist hun geest willen ontwikkelen, zichzelf durven zijn, weloverwogen eigen keuzes maken, medemensen en natuur liefhebben, en hun creatieve vermogens gebruiken om hun bestaan betekenisvol en hun samenleving harmonieus te laten zijn, is niet zo. ‘Tot nu toe hebben we gefaald’, zo constateert Fromm in 1955. Hij en de anderen zien dat mensen vooral bang zijn zichzelf te zijn en zich eerder gedragen als zich almaar aanpassende robots dan als zelfstandige mensen. Hun eigenwaarde wordt niet bepaald door wie men is, maar door wat men heeft in termen van succes en sociaal prestige. De persoonlijke waarde is een marktwaarde geworden; de eigenwaarde meer gerelateerd aan hoeveel je verdient dan aan je vermogen om lief te hebben, te denken en creatief te zijn. De korte route naar dit succes is de aanpassing aan ‘wat men vindt’, en de eigen leegte — en de daarmee gepaard gaande angst — zo goed mogelijk te negeren met behulp van consumptie en entertainment. Totdat dat niet meer kan, en de angst als een tikkende tijdbom explodeert.

Tegelijkertijd ontstaat er in diezelfde tijd een tegenbeweging van een tegencultuur. Het is een cultuur van protest; de revolte van jongeren, de beatgeneration die zich gedragen weten door een levensgevoel dat zich verzet tegen de bestaande sociale normen en autoriteiten, en tegen de bestaande geesteloosheid, en tegen de bestaande politiek en economie. Het is een levenswijze welke de filosofie van het existentialisme verwelkomt om de eigen angst niet langer te ontkennen maar juist te benoemen, en zo ernaar streeft zo authentiek mogelijk zichzelf te zijn. Onvermijdelijk gaat dat ook gepaard met het cultiveren van een narcisme en hedonisme (Christopher Lasch).

Het protest tegen de maatschappij komt onder meer tot uiting in films als Invasion of the Body Snatchers uit 1956, naar het gelijknamige sciencefiction-verhaal van Jack Finney dat een jaar eerder verscheen. In het verhaal wordt planeet Aarde overmeesterd door buitenaardse wezens die van slapende mensen lichaam en brein overnemen. Deze nieuwe wezens in de gedaante van een mens zijn niets anders dan lege hulsels; poppen zonder enige emotie en eigen persoonlijkheid. De film is zo populair dat er in 1978 en 1993 nieuwe versies van worden uitgebracht.

Het meest luide protest — letterlijk en figuurlijk — tegen het tijdperk van de angst klinkt in de wereld van de rockmuziek. Pete Seeger en Bob Dylan worden de troubadours van de beatgeneration; The Doors, Pink Floyd en de Patti Smith Group laten zich eind jaren zestig, begin jaren zeventig met hun tegengeluid horen. Het sentiment in die tijd wordt op prachtige wijze vertolkt in 1979 door Elvis Costello met de song van Nick Lowe Peace, Love and Understanding, met daarin de strofes:

As I walk through

This wicked world

Searchin’ for light in the darkness of insanity

I ask myself

Is all hope lost?

Is there only pain and hatred, and misery?

[…]

And as I walked on

Through troubled times

My spirit gets so downhearted sometimes

So where are the strong

And who are the trusted?

And where is the harmony?

Sweet harmony

In 1981 verenigen David Bowie en Queen hun creatieve krachten en compo­neren gezamenlijk een lied dat tijdloos zal worden, omdat het op een briljante wijze de tijdgeest van het tijdperk van de angst verklankt: Under Pressure. Terwijl David Bowie en Freddy Mercury zingen: It’s the terror of knowing / What this world is about […] Insanity laughs under pressure we’re cracking, toont de begeleidende videobeelden van een geestloze massa, explosies, ineenstortende gebouwen en bruggen, gehypnotiseerde individuen, armoede, werkloosheid, protesten, wandelende skeletten en angstaanjagende wezens. In klank, woord en beeld: dit is het tijdperk van de angst!

Apocalypse now? Causes of anxiety in our age.

Zoals de periode tussen de twee wereldoorlogen het interbellum wordt genoemd, zo mogen we de periode tussen 9 november 1989 en 15 september 2008 het interanxietas noemen. Op de eerste datum valt de Berlijnse Muur en komt er een einde aan de Koude Oorlog en het communisme in Europa. Nagenoeg de gehele westerse wereld raakt ervan overtuigd dat vanaf nu voor de gehele wereld de toekomst aan het liberalisme, kapitalisme en de democratie zal zijn. Er volgt een economische bloeiperiode, tot aan die tweede datum: 15 september 2008. Op die dag moet de Lehman Brothers Bank met een belegd vermogen van ca. 600 miljard dollar zijn faillissement aanvragen. Het is het begin van het einde van het globalisme, het einde van een blind vertrouwen in de financiële machten, en het markeert de opkomst van wat het ‘populisme’ is gaan heten. Een kleine twintig jaar beleefde het Westen een soort van reprise van de roaring twenties, leek de angst verdwenen — totdat de paniek uitbreekt en een nieuw tijdperk van de angst aanbreekt.

De laatste stelling wordt overigens niet door iedereen gedeeld. Het meest prominent is president Donald Trump. Op de jaarlijkse bijeenkomst in Davos van alle machtigen, rijken en allen die daar graag bij willen horen, houdt op 21 januari 2020 president Trump zijn gewillige gehoor voor dat er helemaal geen nieuw tijdperk van de angst is. Integendeel:

‘America is thriving, America is flourishing, and yes, America is winning again like never before. […] This is not a time for pessimism; this is a time for optimism. Fear and doubt is not a good thought process because this is a time for tremendous hope and joy and optimistic action. But to embrace the possibilities of tomorrow, we must reject the perennial prophets of doom and their predictions of the Apocalypse.’

De vermaarde Amerikaanse wetenschapper Steven Pinker, een man die in bijna alles de tegenpool van Trump is, is het in dit opzicht helemaal met zijn president eens. In zijn boek Enlightenment Now (2018) trekt ook Pinker ten strijde tegen alle ‘prophets of doom’, omdat in zoveel opzichten (armoede, honger, ziekten, oorlogsgeweld) het nooit zo goed is gegaan. Pinker is ervan overtuigd dat met ‘science, technology and money’ de mensheid alle toekomstige uitdagingen aankan.

Overal waar men zich bezighoudt met innovatie, Sillicon Valley voorop, is de overtuiging van Pinker gemeengoed: mens en wereld zijn in elk opzicht maakbaar en er kan geen probleem zijn waar — in ieder geval op termijn — wetenschap en technologie dankzij beschikbare middelen geen oplossing voor zullen bieden. Echter, precies één dag na de lofzang van president Trump op Amerika en de ondernemende geest vol optimisme, maakt het internationaal geres­pecteerde Bulletin of the Atomic Scientists van onder andere dertien Nobelprijswinnaars bekend dat zij hun Doomsday Clock hebben vooruit gezet naar 100 seconden voor middernacht. Op deze wijze geven zij uiting aan hoe acuut de dreiging is van een nucleaire holocaust en een klimaatcatastrofe. Als de mensheid niets verandert wacht er een apocalyps en wel zonder het vooruitzicht van een nieuw Jeruzalem, zoals in het laatste Bijbelboek.

Exact zeven weken later maakt de directeur-generaal van de World Health Organization, Dr. Tedros Adhanom Ghebreyesus, melding van het feit dat met de verspreiding van het nieuwe coronavirus, dat de ziekte covid-19 veroorzaakt, er nu sprake is van een pandemie. En het is net alsof toch nog onverwacht nu al apocalyptische tijden aanbreken: de mensheid, geconfron­teerd met een onzichtbare, dodelijke vijand, in de greep van een doodsangst.

En er waren al zo veel rode lichten die dit nieuwe tijdperk van de angst kenmerken. Door technologische ontwikkelingen zal er geen enkele vorm van privacy – een elementair gegeven van vrijheid – blijven bestaan en hebben al dan niet onzichtbare machten een volledige controle over ons leven. Algoritmen bepalen (beter: manipuleren) de informatie die we krijgen en een nieuwe generatie robots kan voor massale werkloosheid zorgen. De dystopie van de film The Matrix (1999), die niet veel verschilt van Invasion of the Body Snatchers met als schrikbeeld dat mensen hun eigen persoonlijkheid kwijtraken, is geleidelijk aan steeds meer science en steeds minder fiction. Angstverschijnselen als depressie, burn-out en stress nemen epidemische vormen aan. Jaarlijks overlijden in een ‘vreedzaam land’ als de VS 50.000 mensen door wapengeweld, sterven er elke dag 177 mensen aan een overdosis en is suïcide de tweede doodsoorzaak onder jongeren.

Het is geen toeval dat veertig jaren na dato Francis Ford Coppola opnieuw zijn film Apocalypse Now uitbrengt en Sam Mendes furore maakt met zijn even aangrijpende film 1917. Beide films verbeelden op een briljante wijze de waanzin en de angst.

In zijn klassieker The Meaning of Anxiety (1950) waarschuwt de psycho­loog Rollo May om signalen die de angst afgeeft altijd serieus te nemen en nooit te negeren en weg te stoppen. Alleen zo kunnen de oorzaken worden gevonden en op hun realiteitswaarde worden getoetst, opdat we de angst kunnen overwinnen en de bestaande bedreigingen ongedaan maken.

‘Ooit waren mensen slaaf, nu worden ze ongemerkt robots’

Is technologie, net als de doos van Pandora, een bedreiging en oorzaak van angst? Heidegger meende van wel. Voor hem kan er geen twijfel bestaan dat als het filosofische denken plaats moet maken voor het berekenende technologische denken, technologie onze wereld zal vernietigen. Ooit waren mensen slaaf, nu worden ze ongemerkt robots en gereduceerd tot een functie van de technologie. Het ontembare verlangen om de natuur de baas te worden en de obsessie met economisch gewin zullen de natuur kapot maken. Zie de atoombom; zie de klimaatcrisis, zie de Matrix. Maar als dit alles zo is, is het dan onvermijdelijk of is er wel een denkbaar alternatief? Zo ja, wat dan?

Niet lang na de Eerste Wereldoorlog, waarmee het eerste tijdperk van de angst begint, is er in 1929 in Davos een beroemd geworden filosofische discussie tussen de toen nog jonge Heidegger en de al oude joodse filosoof Ernst Cassirer als onderdeel van de Davoser Hochschulkurse in het statige Grand Hotel Belvédère over de aloude vraag: Wat is de mens? De inzet van het duel is niets minder dan wat Kierkegaard nog als een vermoeden uitsprak: heeft ons wereldbeeld, ons Europese beschavingsideaal waaraan wij de waarden ontlenen die het leven zin geven en waardoor wij met elkaar in vrijheid kunnen samen-leven, heeft dat nog een fundament of is dat weg en zal zo ook ons beschavingsideaal verdwijnen?

Heidegger die met zijn in 1927 gepubliceerde Sein und Zeit voor tal van intellectuelen de moderne filosoof bij uitstek is, stelt in navolging van Nietzsche:

‘Nee, er is geen fundament! Wat als fundament moet doorgaan – de tradi­tionele metafysica met haar transcendente waarden – dat is schijn. Er is slechts dat naakte bestaan, mensen zijn gedoemd tot vrijheid en zullen de moed moeten opbrengen om hun angst te omhelzen en meer authentiek te zijn.’

‘Ja,’ antwoordt Cassirer, ‘er is wel een fundament, er moet ook een funda­ment zijn, en dat is wat kunst, cultuur, Bildung ons bieden. Daar vinden we de geestelijke waarden en zo ons vermogen om ons zelf te overwinnen opdat we meer zijn dan wat we ook zijn: dierlijke wezens. Zonder dit metafysisch-culturele fundament kunnen we niet vrij zijn en zal een liberale democratie ook niet kunnen blijven bestaan.’

Cassirer laat er hoffelijk maar duidelijk geen misverstand over bestaan dat de filosofie van zijn hooggeleerde opponent altijd zal leiden tot fatalisme, irrationalisme en een gevaarlijke politieke mystiek kan oproepen. Echter, in de ogen van de aanwezigen onder wie Emmanuel Levinas, verliest Cassirer het debat. De oude Jood is niet van deze tijd. Heeft de Eerste Wereldoorlog niet onomstotelijk het gelijk van Heidegger aangetoond? Er zijn geen essen­ties, er is alleen dat naakte bestaan en de angst, het niets, en onze vrijheid.

Alle filosofie heeft politieke consequenties, want uiteindelijk is politiek niets anders dan de maatschappelijke weergave van de wereld van de ideeën. Zo is het een maatschappelijk feit geworden dat het hedendaagse liberalisme zonder het metafysisch fundament dat Cassirer verdedigde, geërodeerd is tot niets meer dan de politieke verdediging van mensenrechten en de economie van de vrije markt.

Nancy Pelosi en Joe Biden

Kan de liberale democratie zoals wij die na de Tweede Wereldoorlog in het Westen zijn gaan koesteren, blijven bestaan indien de liberale instituties die het fundament van onze democratie zijn, zelf geen fundament meer hebben? Dit omdat het bestaan van absolute morele en geestelijke waarden wordt ontkent en de vraag naar de zin van het leven als maatschappelijk irrelevant wordt beschouwd want een individuele aangelegenheid? Alle politieke ontwikkelingen in dit nieuwe tijdperk van de angst wijzen op een negatief antwoord. Want wat is de reden dat in steeds meer landen massaal de voorkeur wordt gegeven aan ‘de sterke man’ en ‘eigen volk eerst’? Welke angst drijft deze mensen? Vanwaar de weerzin tegen het bestaande liberalisme?

Twee prominente liberale politici in de VS, Joe Biden en Nancy Pelosi, zijn beiden van mening dat, had Donald Trump in november 2020 opnieuw de presidentsverkiezingen gewonnen, dat het karakter van Amerika voorgoed zou hebben veranderd. Van de leidende liberale democratie zal, zo vrezen zij, Amerika de leidende antiliberale democratische natie worden. En als dat zo is, wat zijn daarvan dan de geopolitieke gevolgen? Zal de ‘eigen volk eerst’-politiek de angst voor ‘the clash of civilisations’ aanwakkeren, of zal het juist de angstgevoelens bij de eigen bevolking wegnemen en meer gemeenschapszin stichten? Uiteraard met uitsluiting van allen die niet tot die gemeenschap kunnen worden gerekend. En hoe kan het dat het liberalisme, ooit een bron van hoop en vrijheid, nu bij een groot deel van de massa juist de angst voor de vrijheid versterkt?

Met het kapitalisme is iets soortgelijks aan de hand. Tot aan de grote recessie van 2008 werd het geglobaliseerde kapitalisme algemeen geaccepteerd als het enige economische model dat de welvaart van de volkeren dient en alle mensen van armoede zal verlossen. Steeds minder mensen zijn daar nu nog van overtuigd. Bij hen overheerst de angst dat het ‘Wall Street-kapitalisme’ als de dominante economische ideologie alleen maar de sociale ongelijk­heid, de economische onzekerheid en de klimaatcrisis zal vergroten. En dat altijd weer gevolgd door nog meer ressentiment, nog meer xenofobie, nog meer angst en wanhoop. Maar wat is het alternatief dat zowel welvaart als welzijn voor iedereen mogelijk maakt, en welke politiek is bij machte dat te realiseren?

De generatie millennials lijkt het meest kwetsbaar te zijn voor de angsten die ons tijdperk teisteren. Zij althans zijn zich van hun eigen angsten bewust, in tegenstelling tot degenen die Kierkegaard omschreef als ‘succesvolle, aangepaste zelfzuchtigen die hun angsten diep hebben weggeborgen’.

Opgegroeid met de fantasiewereld van de Disney-films en het mantra Hakuna Matata, en tot de jaren des onderscheids komend met The Matrix, komen zij juist ‘Under Pressure’ als we worden geconfronteerd met wat Queen en Bowie zingen:

It’s the terror of knowing / what the world is about / watching some good friends / screaming: let me out!

Wat Hermann Hesse in 1927 in zijn roman Steppenwolf schreef, geldt in hoge mate ook voor de millennials: ‘Er zijn tijden waarin de gehele generatie klem raakt tussen twee tijden, twee wijzen van leven, met als gevolg dat voor hen het vermogen zichzelf te begrijpen, de bestaande moraal, geborgenheid en onschuld verloren gaan.’

De wereld waarin zij opgroeien is bureaucratisch, technocratisch en amoreel. Ze worden geconfronteerd met studieschulden, onbetaalbare woningen, constante stress om te presteren en vaak genoeg zich te moeten aanpassen aan de uniformiteit van een geestloze organisatie. De sociale media (een perfecte contradictio in terminis) heeft de angst niet genoeg ge-liked te worden opgeroepen. Met de klimaatveranderingen op komst ziet het er eerder naar uit dat hun ‘sunny bright future’ er een zal zijn van een genade­loos brandende zon in de woestijn. En met Elvis Costello zullen zij terecht zich de vraag stellen: ‘So where are the strong? And who are the trusted?’, omdat ze maar al te goed beseffen dat het tijdperk van de angst waarin zij moeten leven, het gevolg is van zowel de besluiten als de besluiteloosheid van de bestaande elites. Waarom hebben de elites, die met de kennis van twee wereldoorlogen zoveel beter hadden moeten weten, in plaats van de oorzaken van de angst weg te nemen, blind voor de gevolgen, die alleen maar laten bestaan?

Ook al is dit dan ook het tijdperk van de selfies, de belangrijkste vraag die zij dagelijks in hun eigen spiegel zien, is de vraag naar hun eigen identiteit: Wie ben ik? Wanneer ben ik mezelf? Wat zal nu mijn leven zinvol maken?

De waarden, tradities en politieke ideologieën die hun ouders en groot­ouders nog vormden, bestaan niet meer. Zij zijn te zeer gecorrumpeerd en ongeloofwaardig geworden. Is het dan toch het door Nietzsche voorspelde nihilisme de oorzaak dat op de meest existentiële vragen, de noodkreet van het menselijk hart, zoveel jongeren in plaats van een antwoord depressies krijgen, en zichzelf of anderen gaan doden?

Apocalyps, afgeleid van het Griekse woord apokalypsis, betekent open­baring. Wat openbaren de angsten opgeroepen door de pandemie van het coronavirus over ons menselijk wezen en ons wereldbeeld?

Amor mundi. How to end the age of anxiety?

Tijdens de Eerste Wereldoorlog, in de winters van 1915/16 en 1916/17, verzorgde prof. dr. Sigmund Freud op zaterdagavonden aan de universiteit van Wenen zijn openbare colleges Inleiding in de psychoanalyse. Algauw worden deze lezingen van de grondlegger van een geheel nieuwe wetenschap enorm populair. Het is voor iedereen een zware tijd en de behoefte aan inzicht in wie de mens is en waar de mens toe in staat is, is groter dan ooit. En Freud is de geboren docent. Hij spreekt rustig, zijn betoog is helder, en hij laat geen facet van de menselijke psyche onbesproken.

In zijn negende college over ‘droomcensuur’ — het feit dat we zelfs in onze dromen onze meest aanstootgevende verlangens kunnen verdringen — gaat hij ook nader in op de illusie als zouden de meeste mensen deugen. Wat Freud betreft is dat gebeuzel alleen serieus genomen door naïevelingen die zich hebben bekwaamd in de kop in het zand te steken. Freud:

‘Misschien […] trekt u zich terug op het argument dat het toch onwaarschijnlijk is dat men het kwaad in de menselijke constitutie zo grote plaats moet toekennen. Maar geven uw eigen ervaringen u het recht om dat te zeggen? […] Weet u niet dat alle transgressies en uitspattingen waarover wij ’s nachts dromen, elke dag opnieuw door wakkere mensen werkelijk als misdrijven worden begaan? En wendt u het oog nu af van het individuele, om het op de grote oorlog te richten die nog steeds Europa verwoestend in de greep heeft, denkt u eens aan de extreme bruutheid, wreedheid en leugenachtigheid die thans in de beschaafde wereld opgang mogen maken? Gelooft u echt dat zo een handvol gewetenloze strebers en verleiders gelukt zou zijn al deze boze geesten te ontketenen, als de miljoenen volgelingen niet medeschuldig waren?’

Het kwaad bestaat, wil Freud maar duidelijk maken, en de angst voor het kwaad is meer dan gerechtvaardigd. De vraag is alleen hoe daarmee om te gaan.

Een jaar later in het volgende wintersemester verzorgt Freud twee colleges over angst, want: ‘Het staat vast dat het angstprobleem een knoop­punt is waarin de meest uiteenlopende en gewichtige vragen samenkomen, een raadsel waarvan de oplossing overvloedig licht zou moeten werpen op ons gehele zielenleven.’ En met ons zielenleven, zo mogen we toevoegen, ook een licht op de wereld waarin wij leven, want uiteindelijk zijn wij met elkaar die wereld.

De angst in het tijdperk van de angst is de angst voor het bestaan: de vrees voor het niets; de idee dat je zelf niets voorstelt; dat deze wereld je niets te bieden heeft of juist dat je bestaan bedreigt wordt door alle kwade krachten in de wereld.

Dit tijdperk van de angst zal echter alleen ten einde komen indien we de wereld weer kunnen liefhebben: amor mundi. Dat zal echter alleen geschieden als we eerst weer ons zelf leren kennen en een zin in ons bestaan ontdekken. Alleen dan zal de chaos te vermijden zijn van een maatschappij vol van losse individuen, zonder een gemeenschappelijk moreel fundament, regelmatig overspoeld door angstaanvallen. De paradox, aldus zowel Freud als Kierkegaard, is dat je daarom juist de angst niet mag negeren. Je moet je er niet door laten beheersen, maar je mag het ook niet negeren. Je moet de angst in je greep zien te krijgen door er de confrontatie mee aan te gaan.

Ons tijdperk van de angst kenmerkt zich echter onder meer door massale ontkenning van de angst; het escapisme in materieel succes, het opgaan in de massa, amusement, drugs, lawaai… Heidegger drukt het nog pregnanter uit: ‘De grootste angst is de angst voor het denken’. Denken, zelfbewustzijn is altijd je ook bewust zijn van je angsten, onzekerheden, de dood. En zoals Tolstoj de brave bureaucraat Ivan Iljitsj laat ontdekken: pas op zijn sterfbed, zo onverwacht getroffen door kanker, realiseert hij zich dat, omdat hij zich altijd braaf heeft aangepast aan wat familie en collega’s van hem verwachtten, omdat hij altijd gericht was op de volgende carrièrestap en het nooit een probleem vond om te leven zoals het hoort, namelijk aangenaam en correct, dat om dit alles zijn hele leven niets anders is geweest dan een reusachtige leugen waarin alles wat zogenaamd belangrijk is, niet echt blijkt te zijn. Te veel krachten in de politiek, media en commercie hebben onmiskenbaar een groot belang bij de instandhouding van deze gedachteloze, geestloze massamaatschappij. Dus hoe kan de ontkenning van de angst ongedaan worden gemaakt opdat de angst echt overwonnen kan worden?

‘Waaraan ontleent dit bestaan zijn waarde?’

Freud detecteert nog een gevaar waardoor de angst verborgen blijft en zo nooit overwonnen kan worden: religie. Religie is voor Freud niets anders dan de presentatie van een illusie, een relict uit de kindertijd van de mens­heid zonder enig waarheidsgehalte. Überhaupt moet Freud niets hebben van wereldbeschouwingen. Of ze nu religieus, filosofisch of politiek gekleurd zijn, je wordt er niets wijzer van. Wat hem betreft is het hebben van een wereldbeschouwing te vergelijken met: ‘Als de wandelaar zingt in het donker, loochent hij dat hij bang is, maar hij ziet er geen zier helderder om.’ Volgens Freud kan alleen de wetenschap waarheid bieden. Al is die waarheid over jezelf en je bestaan soms pijnlijk en biedt ze nooit troost, het is de enige echte kennis die mensen de kracht kan geven niet onder hun angsten te blijven lijden en zelf iets van hun leven te maken. Dat Carl Jung, ooit zijn meest geliefde discipel, zijn eigen psychologie wel weer gaat verbinden met godsbeelden en zo in de ogen van Freud zijn psychoanalyse reduceert tot een soort van semi-religieuze therapie, acht Freud onvergeeflijk. Psychotherapie is wat Freud betreft sowieso een handeling die te vaak en te veel het narcisme bij patiënten activeert, of ze blij maakt met het ‘ik ben OK, jij bent OK’, in plaats van ze de waarheid te vertellen.

Niet bang zijn, de confrontatie met de angst aangaan, weten dat je over­geleverd bent aan de totale vrijheid, want er bestaan geen richtinggevende essenties, dat is de filosofie van het existentialisme dat in de twintigste eeuw, het eerste tijdperk van de angst, furore maakt. Maar waaraan ontleent dit bestaan dan zijn waarde? Als die er niet is, waarom zou je dan blijven leven en geen suïcide plegen? En hoe komt het dat twee van de beroemdste existentialistische filosofen, Heidegger en Sartre, beiden niet de verleiding konden weerstaan om zelf aanhanger te worden van totalitaire politiek, respectievelijk nazisme en stalinisme? Twee politieke religies geboren uit de angst voor de vrijheid!

Misschien valt er meer te leren van de beatgeneration die in de tweede helft van de twintigste eeuw op hun eigen wijze het tijdperk van de angst wilde bestrijden.

Allereerst door creativiteit. Zij lieten een nieuwe cultuur bloeien vol van poëzie, muziek, schilderkunst, films, literatuur. De kunsten als de beste wijze om een betekenisvol iets te scheppen en alle mogelijkheden ver voorbij het bestaande te verkennen. Onze maatschappij (en daarmee ons onderwijs) hecht echter meer aan innovatie dan aan creatie, meer aan economie dan aan cultuur, meer aan kunstmatige intelligentie dan aan het leven van de geest.

Ten tweede door liefde. Het is geen toeval dat het refrein van Elvis Costello’s lied is: ‘What’s so funny about peace, love and understanding?’ En het is evenmin toeval dat in de laatste strofe van Under Pressure wordt gezongen:

Can’t we give ourselves one more chance?

Why can’t we give love one more chance?

Why can’t we give love give love give love?

Give love give love give love give love give love

Cause love is such an old fashioned word

And love dares you to care

For people on the edge of the night

And love dares you to change our way

Of caring about ourselves

This is our last dance

Tja, waarom niet? Waarom lijkt het vermogen om lief te hebben en zo de angst uit te bannen als een soort van alchemie die helaas maar weinigen echt weten te beoefenen? Is het de angst die het onmogelijk maakt?

Ten slotte, en niet verrassend ondanks de tegenwerpingen van Freud, is er een ware opleving van spiritualiteit bij deze beatgeneration. Het boek The Courage to Be van de theoloog Paul Tillich werd vrijwel onmiddellijk na publicatie in 1955 een klassieker. Tillich beschrijft het tijdperk van de angst; bespreekt de relevantie van de existentialistische filosofie en alle nieuwe kunst om mensen de ogen te openen voor de werkelijkheid waarin zij leven, en hij betoogt dat de voornaamste oorzaak van de twintigste-eeuwse angst de alom ervaren betekenisloosheid is en dat is niets anders dan het gevolg van de dood van God de eeuw daarvoor… Deze God, zo vervolgt hij, is niets anders dan een bij conservatieven geliefd godsbeeld van de Autoritaire Alwetende Almachtige Tovenaar — die steeds minder zijn toverkunsten laat zien. De angst, aldus Tillich, kan alleen overwonnen worden als iedereen weer moed heeft, dat wil zeggen, durft te vertrouwen dat er een transcendente morele macht is waarvoor wij de moed moeten hebben die op aarde werkelijkheid te laten zijn.

Dat was ook de boodschap, precies een jaar eerder, van een dominee die tot een van de helden van de twintigste eeuw mag worden gerekend: Dr. Martin Luther King. Op 28 februari 1954 houdt hij een preek in Detroit en daarin vertelt hij het volgende:

‘I want you to think with me this morning from the subject: rediscovering lost values. Rediscovering lost values. There is something wrong with our world, something fundamentally and basically wrong. […] The trouble isn’t so much that we don’t know enough. The trouble isn’t so much that our scientific genius lags behind, but our moral genius lags behind.

The great problem facing modern man is that, that the means by which we live, have outdistanced the spiritual ends for which we live. So we find ourselves caught in a messed-up world. The problem with man himself and man’s soul. We haven’t learned how to be just and honest and kind and true and loving. And that’s the basis of our problem. […]

This is a moral universe. It hinges on moral foundations. If we are to make of this a better world, we’ve got to go back and rediscover that precious value that we’ve left behind. All reality has spiritual control. In other words, we’ve to go back and rediscover the principle that there is a God behind the process.’

Maar kan geloof, eenmaal verloren, ooit weer herwonnen worden? In onze seculiere wereld zullen we veel ontvankelijker zijn voor de raad van de zoon van een dominee, Kierkegaard, die ons voorhoudt: ‘Men meent dat de wereld een republiek nodig heeft en men meent een nieuwe maatschappelijke orde nodig te hebben, en een nieuwe religie. Maar niemand bedenkt dat juist deze door veel kennis in de war gebrachte wereld een Socrates nodig heeft.’

Dat zal zeker zo zijn. Maar waar is die nieuwe Socrates? En hoeveel invloed kan hij of zij hebben als de oude Socrates dankzij het cultureel analfabetisme al nauwelijks meer wordt gekend?

In ons pogen dit tijdperk van de angst te beëindigen voordat het te laat is, is het wellicht het meest praktisch om te beginnen met gehoor te geven aan de raad welke een groot staatsman gaf in de donkerste dagen van het eerste tijdperk van de angst. Op 4 maart 1933 houdt president Franklin D. Roosevelt zijn eerste inaugurele rede welke hij begint met de even eenvoudige als wijze raad: ‘The only thing we have to fear is… fear itself.’

Dit zou een begin kunnen zijn deze wereld weer lief te hebben door ons te verzetten tegen alle politiek en machten die ons alleen maar bang willen maken. En vervolgens kunnen we dan die grote vragen stellen: Wie ben ik? Wat maakt mijn leven de moeite van het leven waard? Hoe maken we de bedreigingen ongedaan en overwinnen we de angst van dit tijdperk?

‘Op eenvoudige vragen bestaan geen eenvoudige antwoorden’, schreef Albert Camus al in Le mythe de Sisyphe, zijn eigen zoektocht naar de zin van het leven. Maar dat mag geen reden zijn om al deze vragen niet te stellen. Want al wordt het leven er dan moeilijker door, het wordt er ook betekenisvoller door. En is dat niet de eerste stap naar een nieuw tijdperk zonder angst?

De Nexus-conferentie 2020 A New Age of Anxiety kan u volgen via livestream. Die vindt u hier. Een interview met directeur-stichter Rob Riemen leest u deze week in Knack.


Ge kent de weg en de taal


1976

wie de weg kent, en de taal,

is thuis:

thuis in een wereld die niet van hem is,

maar hem wel vertrouwd.

hij kent er het gaan en het staan,

het keren en het wenden van,

maar laat zijn geheimen onaangeroerd.

de wereld van het dorp

de wereld van het ‘nu’

– gisteren en morgen klinken er samen –

de wereld van het dagelijkse,

de noodzakelijke, onontkoombare handelingen

de wereld waar men tijd heeft

tijd voor zichzelf en de anderen

voor dieren,

planten,

dingen

tijd

om geboren te worden en te sterven

om te leven en

gewoon te zijn

tijd

om te worden

en geschiedenis te laten ontstaan

die wereld

met tijd

waar men de weg kent en de taal

is onbewoonbaar verklaard

taboe

voor wie in een moderne samenleving gelooft

met haar vooruitgang,

haar wetenschap en techniek,

haar organisatie,

haar drukdoenerij,

die welvaart

en sinds kort ook welzijn

moet produceren

maar het niet verder brengt dan macht

van de ene over de andere

van mens over mens

van mens over natuur

de wereld van het dorp

we gaan hem zoeken in Afrika, Azië, Zuid-Amerika

of dichter bij huis

in Italië, Zuid-Frankrijk, Spanje

we bezingen hem in de chansons

we bootsen hem na in het weekend

we manipuleren hem in de publiciteit

we misbruiken hem in de politiek

maar wat we ook ondernemen

het dorp

laat ons niet los

het speelt gewoon verstoppertje

achter de gevel van de stad en

de ernst van de wetenschap

het vertrouwen in de vooruitgang

het dorp

is het onderbewustzijn

van een beschaving

die in een wilde groei

haar doel voorbijgeschoten is

en over geen werkelijkheid meer beschikt

om haar begrippen op te laden.

in de barsten die deze beschaving vertoont

van hoog tot laag

zien we het dorp verder leven

het dorp

meer dan herinnering

een psychoanalyse

van onze moderniteit.

Tekst van Geert Bekaert voor de televisie-uitzending Ge kent de weg en de taal. Eerste uitzending: 6 januari 1976. Camera: Guido Van Rooy; geluid: Raf De Boeck; regieassistentie: Jos Bernaus; mixage: Leo Meeusen; montage: Firmin Van Hoeck; productie: Frans Puttemans; realisatie: Jef Cornelis.


The true Pilgrim



O flesh of mine…
Where are you set to?!
Are you on a pilgrimage,
Which is your destination?!

O flesh of mine,
Are you set on to Mecca?!
Are you set on to Kailash?!
Are you set on to Jerusalem?!
Are you set on to Amritsar?!
Are you set on to Gaya?!

O flesh of mine,
Are you a true pilgrim?!
Wouldn’t you see,
All these places are on this one earth?!

O flesh of mine,
What difference you see of the holy places?!
The scripts, the chants and the rituals?!
See! Everything springs from the soul!
See! Every soul is set on to take abode with love!

O flesh of mine,
Spit all the “pil”ls of myths!
Stop being “grim”!
Be a true pilgrim!

O flesh of mine,
You are to only carry me!
I won’t get carried away by your charms!
O flesh of mine,
Stop being small, weak and vulnerable,
Tread towards truth!
Flow to the bosom of love!
Heaven is yet another confinement,
Don’t trade the treasure of love,
For the want of it!

O flesh of mine,To dust are thee to turn,Stop your search for the holy land,
See! The Earth is holy in entirety!

Mashook Rahman

Photo Courtesy: Internet

https://wp.me/p5E5NH-nQ


Gemaskerd bal – Marcel Messing

  GEMASKERD BAL
(Een sneltreinrijm voor groot en klein)

***

Het is toch eigenlijk geen gezicht,
die carnavaleske maskerade
aanvankelijk ook nog min of meer verplicht,
geen tijd meer voor een escapade
of het samen zingen van een ballade.
Zijn we in een fuik terechtgekomen,
is dit het einde van al onze dromen?
Zie de gemuilkorfde mens!
Dat was toch nimmer onze wens?

Het gemaskerd bal is op vele plaatsen begonnen.
Allerlei soorten maskers zijn voor ons verzonnen,
verkrijgbaar in grijs, groen, geel, purper, rood of gewoon wit,
een beetje speels als er een motiefje in zit,
van puur katoen of linnen,
zo blijft de koolstofdioxide gegarandeerd bij je binnen.

Maskers in de vorm van eendenbekken,
zodat je er rustig op los kunt kwekken
en anders maar een vizier,
want vervuiling interesseert ons geen zier.
‘Voor iedereen een masker naar keuze!’
Dat is pas vrijheid, dat is de nieuwe leuze!

Daar gaat de gemaskerde stoet,
wat staan die maskers reuzengoed!
Dansend, bewegend, sluipend, wandelend en hollend
gaan we als vreemdsoortig uitgedoste trollen
over pleinen, door stegen en straten,
big brother houdt ons nu nog beter in de gaten.

Voor hoofden met lange oren
een masker met weckflesringen,
weliswaar vreemde, bizarre dingen,
maar ’t is om ze beter te kunnen ringeloren.
Voor gezichten met bolle wangen
twee stevige, ingenaaide stangen.
Voor sommige politici en diplomaten
een masker met slot tegen te veel praten.
Voor koppen met driedubbele kinnen
is eigenlijk niet veel te beginnen,
een uitschuifbakje onder de laatste kin
is in ieder geval een goed begin.

Voor gezichten met lange neuzen
is er helaas niet zoveel keuze.
Misschien midden in het masker een gaatje
voor een kort neuzenpraatje?
Pinokkio’s zijn er immers overal
en voor wie het niet geloven zal,
ook met een masker op blijven ze maar liegen,
de leugens in hun speeksel zie je overal vliegen.

Zie ze daar eens lopen
in driedelig pak met zebrastrepen.
Ze willen alleen maar kopen en verkopen,
de slimmen, de sluwen en de lepen.
Ze handelen in gouden en zilveren munten
voor hun eigen voordeelpunten.
Ze hebben quasi schone handen,
leggen contant geld aan banden.

Ja, u ziet ze nu helder, zonneklaar,
topbankiers in streepjespak, met goud behangen,
vergulde maskers over neus, kin en wangen,
de Goldmannetjes, met hun gouden sachsyfoontjes
en de Silberheertjes met zilverachtige smartofoontjes.
Wat jammer toch, dat niet alles één Wall Street is,
of is dit iets waarin ik me vergis?
Gelukkig zijn er over heel de wereld commerciële banken
waar we ijverige topbankiers van harte voor bedanken.
Rode schildwachten waken er over onze veiligheid
tijdens de finale van deze wereldstrijd.
Kijk, nog een vadertje Goudsmid en Parelmoeder, 
ze zijn echt veel meer waard dan je zus of je broeder.
Fraai zijn hun chique maskers en hoge hoeden
waarin je veel dubbele bodems kunt vermoeden.

Hé! Het is toch niet waar?
Weer zo’n zeldzaam aantal bij elkaar.
Zelfs de tovenaar van Oz
loopt daar, 
samen met Jefke Bezos,
wiens echte zon is amazon,
waar voor Jefke het kunstleven ooit begon,
artificieel en in the cloud,
technisch knap, maar wel heel erg koud.

In de carnavaleske stoet veel geheime figuren
die niet ophouden ons het leven te verzuren.
Ze fluisteren met strakke stemmen,
hun gekonkel en gekronkel is niet af te remmen.
Ze excelleren, jongleren en illumineren,
weten met brede grijns de goudpot te verteren.
Een handdruk hier, een knipoog daar,
vinger voor de mond of achter een oor,
geheimtaal begrijpen ze allemaal,
niet bedoeld voor het publiek in een grote zaal.

We hopen dat je het echt geloven zal
dat alles in de stoet naar het gemaskerde bal
verloopt volgens oude, wijze protocollen
 met behulp van duizend en één toverkollen.
Een onzichtbare hand stuurt alles wereldwijd aan,
maakt voor de machtselite zeer ruim baan,
werkt als een onzichtbaar virus vanuit het duister,
zonder veel luide woorden, wel met vals gefluister.

Zijn macht reikt tot in paleizen, parlementen, media en gerechtshoven,
waar het volk vrijheid, gelijkheid en broederschap wordt beloofd
maar tegelijkertijd van al zijn vrijheid wordt beroofd,
waar met posities en prioriteiten wordt geschoven
en uitgerold worden de rode lopers
voor gekromde goldfingers van kopers en verkopers.

Baron Sjoros met een Zorosmasker voor zijn mond,
dansend op muziek van een Hongaarse wals,
strooit vanuit het niets papiergeld rond,
krabt tussendoor achter elleboog en hals
om daarna opgewekt naar iedereen te zwaaien
en snel het rondgestrooide geld dubbel terug te graaien.
Een echte filantroop, dat zie je toch meteen,
zoals hij, is er helaas bijna geen een.
Zijn gezicht hoeft hij niet eens te verbergen,
want er is niet veel meer over om de hemel te tergen.
Dapper strijdt hij met Greetje voor een beter klimaat,
iedere vrijdag, op internet of op straat,
terwijl intussen het geestelijk klimaat
getroffen wordt door het virus van angst en haat.

Twee gemaskerde googlelaars, ook aanwezig in de stoet,
op hun hoofd een hoge goochelhoed.
Larry Page-nine en Sergey Brin-dravam
verdienen met goocheltrucs een dik belegde boterham.
Uitgerust met goudgeknopte toverstaf
scheiden ze het koren van het kaf.
Heel de wereld hebben ze in kaart gebracht
met heel veel drones en satellieten.
Kijk, dit is pas echte googlemacht,
dit zijn de ware hoge pieten! 

En in de vorm van een appel met een hapje eruit,
warempel het masker van de beroemde Apple guit.
Prachtig, dat appelmasker voor zijn gezicht,
alsof het duister zichzelf verlicht.
Daar loopt iemand mee in de gemaskerde stoet
uit eerbetoon, niet omdat het moet,
ter herinnering aan dé computercoryfee,
opgenomen in het pantheon der elektronische goden,
waar tot leven komen alle robotdoden
luid roepend: ‘Hoezee, hoezee!’
Stiefke bracht de wereld numerieke banen,
jobs, jobs, met technische namen.
Zo groeide de schermreligie wereldwijd,
appen en skypen, dat is de nieuwe tijd!

Hoe was het ook al weer, 
een appel of een peer?
‘An Apple a day, keeps your intelligence away.
Kom op, u eet toch ook een stukje met ons mee?’
Voorwaarts dus, appelkameraden,
geen woorden, maar daden!
Samen gaan we het coronavirus met muilperen bestrijden,
het sluwste en slimste virus van alle tijden!
Het is ooit begonnen in de hof van Eden bij een appelboom,
bijt dus nooit in een appel, dat is het einde van je droom! 

Ongelooflijk, maar waar,
wie zien we plotseling daar?
De glimmende microslofmiljardair,
een aanstekelijk persoon met heel veel flair,
filantroop van het eerste uur,
zijn adviezen zijn nimmer duur,
hoogleraar farmakolderologie, 
en doctor horroris causa in de virologie,
heel de wereld gaat hij transformeren,
laten we hem dus als eerste vaccineren
met in het vaccin een fluorescerende nanochip,
want Billetjes Gates is een zeer grote VIP.
Overal staan zijn vaccinazifabrieken
om wereldwijd te genezen alle zieken.
Dankzij de door hem betaalde Wereldongezondheidsraad
houdt hij met listen de aandeelhouders aan de praat.

Voilà, Marktje Suikerberg,
toch bepaald geen dwerg,
bezitter van het reuzenbedrijf met dubbele face,
voorwaar geen kleine pimpelpompelmees.
Aan iedereen deelt hij elektronische suikerklontjes uit
met als resultaat voor hemzelf een flinke buit.
Intussen worden onze gegevens in microsecondes opgeslagen,
einde vrijheid, het privacyverhaal is zo goed als uit.
Met Speelberg en Bloemberg beklimt Suikerberg hoge toppen,
dit soort uitverkoren genieën is nauwelijks te stoppen,
tenzij je heel goed in hun ‘gezichtenboekje’ kijkt
en scherp ziet waarop hun gezicht eigenlijk lijkt.
Dan zie je plots heel wat maskers vallen,
wat niet iedereen zal bevallen.

En kijk eens naar die deftig gemaskerde heer aldaar!
Hoe kregen ze dat nu voor elkaar?
Zijn masker lijkt op de snoet van een hond
die in het Oude Egypte al bestond.
Mur-dog met Egyptische en Chinese trekken,
omringd door kwispelende, mediamieke gekkenbekken.
Anubis waakt stil over hem,
zelfs zijn geblaf gebeurt met zachte stem.
Deze Mur-dog weet van wanten,
bezit een Chinese waaier van uitgelezen kranten,
is bevriend met nogal wat mediareuzen
die voor hem als een Fox in het wereldnieuws neuzen.

Ook aanwezig Herr Ray Kurzrottweiler, weer zo’n genie,
van hem is er geen enkele evenknie.
Zie, hoe hij luid keffend door de straten gaat
en de stoet met transhumane robotspeeltjes om de oren slaat.
Zijn technomasker is van metaal,
een superman, zonder zielentaal,
ontkoppeld van de werkelijkheid,
een verdwaalde ziel, strevend naar onsterfelijkheid
maar zelf niet durft te leven.
Moeten we zijn inhumaan project dan de zegen geven?

Zelfs wolvenmaskers zijn te zien,
je telt er wel meer dan een stuk of tien.
Alle wolven van Wall Street sluipen mee in de stoet
met een opmerkelijk opgewekt gemoed.
De wolfenwitchen en wolfenzonen zien hun koersen stijgen,
je hoort ze van begeerte hijgen.
Terwijl bijna alles in de wereld instort
regent het gouden muntjes op hun bord!

En warempel ook gekomen
uit het Alice-in-Wonderland van de technodromen,
een zeer grote Silicon-Valleyvriend
die echt wel een paar gouden medailles heeft verdiend:
voor de elektrische auto voor ons coronatijdperk
en duizenden satellieten voor het hemelzwerk.
Om ons voortdurend te bewaken en te bespioneren
wil hij samen met geheime diensten van alles uitproberen.
Mede in hem rust de kostbare schat 5 G, 
zo iets ‘groots’ in je dragen, valt echt niet mee.
Maar de grootste G van de 5 G is grootheidswaan,
die kwam van een zekere Lucifer vandaan. 
Ja, deze Silicon-Valleyvriend heet Eli Elon Muskadet,
bijna iedereen steekt over hem de loftrompet.
Alweer zo’n groot dienaar van de mensheid,
je raakt die genieën niet zomaar kwijt.
Met een masker dat geurt naar muskus en nootmuskaat,
weet hij van de prins geen kwaad.
Samen met Jefke Bezos de ruimte veroveren
en de wereld met artificiële rommel betoveren.
De aarde wordt spoedig een afvalplaneet,
dan maar de ruimte koloniseren, zoals dat heet.
Elon en Jefke dragen maskers die veel verhullen,
grote geheimen schuilen achter hun technospullen.

Niet te geloven, ook heer Kiss-Singer is erbij,
gooit waarachtig boterhammen naar nutteloze eters,
de talloze mee-eters van onze maatschappij,
door de elite net zo min graag gezien als betweters.
Een éminence grise, wereldwijd bekend als topadviseur
en zonder al te veel voorkeur
als het om goudstaven en diamanten gaat.
Hij kent verdorie alle grote banken,
we mogen hem wel speciaal bedanken,
want als geen ander weet hij waar ’t gouden kalf staat!

En daar dr. Tedro Pjedro Yeso van de Wereldongezondheidsraad
die meestal vanachter twee maskers praat:
een om mee te veinzen
het ander om diep achter te peinzen.
Bevriend met Partijvoorzitter Xi Jin Ping-Ping,
was Pjedro in Ethiopië een groot ‘verzetstrijder’,
goed getraind, en een welbespraakt politiek leider.
De ongezondheidsdirecteur beoogt vooral één ding:
dienstbaarheid aan de ‘zijden route’, 
waar straks iedereen hamer en sikkel mag begroeten.

Nee, ik vergis me heus niet,
maar hebt u al enig idee wat u daar nu weer ziet?
Met een driedubbel masker op, zijn ook zij daar,
met heel veel vriendjes, het is echt waar,
de Epsteins, Weinsteins en Savilles, rattenvangers van formaat,
ook zij weten van de prins geen kwaad,
dansend op een wals van Strauss-Kahn,
want dat is voor hen heel aangenaam.
Je kunt niet goed zien of ze dood of levend zijn,
maar nog steeds veroorzaken ze heel veel pijn.
Een lockdown is voor hen niet besloten,
ze verplaatsen zich nog steeds met privéjets en -boten.

En ziedaar nog enkele bisschoppen en papen
die ‘de tuin der lusten’ hebben bezocht
en afdaalden tot in de diepste hellekrocht.
Moe van lijf en leden, is het gedaan met ‘bijslapen’.
Devoot schrijden ze voort in sierlijke, brede togen,
hebben God en mens reeds menig keer bedrogen.

Ach, was Jeroen Bosch nog maar in leven,
wat een schitterend schilderij zou hij ons geven.
Een eigentijds ‘narrenschip’ en een virtuele ‘tuin der lusten’,
stranden vol plastic rommel en zwarte oliekusten,
een grote kerkuil bij volle maan,
wie zou die symboliek nog verstaan?
Wellicht alleen de duivel nog
en de demonen in zijn zog.
Jeroen Bosch zou dit gemaskerde bal vol leugen
kleurrijk schilderen met volle teugen,
voor de machtselite een eigentijdse hellesfeer,
of is dat toch iets te veel eer?

En terwijl de gemaskerde stoet vrolijk verder trekt,
de machtselite goedgemutst en goedgebekt,
beginnen warempel een aantal mensen te ontwaken,
hoor je stap voor stap de dansvloer kraken.
Met een protserig masker op een sierlijke mahoniehouten stok
berijdt de machtselite nog altijd de gehoornde, dionysische bok.
Fluweelgebroekte lakeien dansen verplicht gemaskerd mee,
onderwijl drinkt de machtselite een kopje rozenthee.
Ze ziet niet dat de poten onder haar troon bijna zijn weggezaagd
en dat ook zijzelf van alle kanten wordt belaagd.
Ze heeft niet eens in de gaten
dat steeds meer burgers op luide toon over haar praten,
dat haar demasqué begonnen is.
Ook al duurt dit luguber spel nog wel even,
de machtselite is heus niet de meester van het leven
dat haar rekening komt is zeker, en die is om de drommel niet mis!

Och, och, och, zie toch die wereldlijders dicht bijeen,
ze leiden niet, dat zie je toch meteen!
Overal opstanden, revoluties, gemor en protesten,
in het Noorden, Zuiden, Oosten en Westen.
Last Trumpet, Kuusjnersnoet, Bolletjescenario, Boris Brexit Boef, 
Vlad Puutin, Ping-Pong-Tjong, Tomato Macaroni, Ruten Aas, het is toch droef! 
Angelaatje UitgeMerkeld, Ahmed Salomankie en middenin Neethayaweh
en nog vele anderen, o wee, o wee!
Miljoenen krijgen het in de gaten,
de maskers gaan steeds meer af, 
men wil weer ongemaskerd met elkaar praten!

Nog drijft de machtselite iedereen vooruit, 
let goed op wie de stoet sluit,
een schaduw met een Luciferkop,
met één gebaar zette hij heel de wereld stop.
Hij heeft vele, vele trawanten,
overal ter wereld zitten zijn sluwe verwanten.
Luid propageert hij zijn nieuwe wereldorde,
zit op zijn aardse troon, waaromheen zijn duivelshorde.
Hoed je, als de duivel in zijn duivelsklauw lacht,
denk niet dat hij niet bestaat,
want dan wordt het pas werkelijk nacht
en is er vrijwel niemand meer die lacht,
zijn we voor deze wereldronde helaas te laat.

Nú nog zijn het de beste tijden
om de pandemie van leugens te bestrijden.
Er is een virus ja, vooral dat van angst en haat,
dat virus is de wortel van al het kwaad!
Het wordt steeds opnieuw uitgezet in onze geest
door een slim en heel sluw Beest.

Daarom, ruk snel al je maskers af,
ook al moet je er soms tijdelijk eentje dragen,
wees moedig en niet laf,
stel hún nu alle vragen.
Geen sociale afstand is er in de geest,
vanuit waarheid bereik je altijd het meest.
Toon bovenal je oorspronkelijk gezicht
waardoor je de machtselite verplicht
om in het volle licht te kijken
waardoor hun duisternis kan wijken!

Probeer ondanks al deze ellende,
in elkaar gezet door een kosmische boevenbende,
met een glimlach de wereld rond te gaan
en steeds voor liefde, waarheid en waardigheid te staan,
in eenvoud, met een oprechte glimlach om je mond,
en… blijf zonder vaccin zo lang mogelijk gezond.

*

Marcel Messing
(juni 2020)

http://www.marcelmessing.nl/nl/artikelen/gedichten/p385


Pandemics — Lessons Looking Back From 2050

http://www.fritjofcapra.net/pandemics-lessons-looking-back-from-2050/


Vijandige overname van de staat

Samenleving & Politiek, Jaargang 27, 2020, nr. 1 (januari), pagina 31 tot 35

De privatiseringen van publieke diensten en de ontmanteling van het overheidsapparaat zijn geen nieuws meer. Maar de volgende fase breekt aan, en die gaat opvallend zonder enige politieke besluitvorming. Een aantal multinationals grijpt de macht in de wereld zonder dat daar wetten of verdragen aan te pas komen.

twitter facebook linkedin

DE ECHTE MACHTHEBBERS: HET BEDRIJFSLEVEN

Politicologen, politici, burgers,… we redeneren allemaal nog steeds over politiek in termen van de klassieke staat met haar drie machten en de klassieke bedrijven met aandeelhouders, CEO’s, bedienden en arbeiders.

Een staat is een land met zijn eigen onafhankelijk bestuur en een hiërarchische politieke organisatie die gezag uitoefent over een bevolking, gelegitimeerd door een vorm van recht, waarvan de naleving wordt afgedwongen met een monopolie op het gebruik van geweld. Die staat wordt min of meer democratisch bestuurd door al dan niet verkozen leiders, en in de bestuursvorm die we sinds Montesquieu (die indertijd zelf niet zo hoog opliep met democratie) als de hoogste beschouwen controleren de drie onderscheiden machten mekaar. Dat vermeed alvast dat alle macht bij een persoon of groep terechtkwam die zich dan onvermijdelijk als despoten zouden gedragen.

En toch zien we in deze eeuw dat er ontwikkelingen zijn die ontsnappen aan wat een staat doet, en waar de scheiding der machten niet eens van toepassing is.

In onze Grondwet staat nog ‘De drukpers is vrij; de censuur kan nooit worden ingevoerd’ maar vandaag vinden we dat Facebook en Twitter allerlei storende berichten zelf moeten blokkeren. Als een staat het internet uitschakelt omdat er oproer wordt gezaaid, noemen we dat dictatoriaal. Als een bedrijf dat op eigen houtje doet zonder dat er een rechter aan te pas komt, vinden we dat blijkbaar zeer wenselijk.

JUSTITIE

Een kleine maar sprekende illustratie is de groeiende consensus dat Facebook en Twitter dringend moeten reguleren wat er via hun kanalen wordt verspreid. Zo wil men terecht de verspreiding van terroristische beelden, pedofilie of fake news inperken. Die beleefde vraag is hen niet bij wet opgelegd maar het bedrijf wordt zelf geacht te beslissen wat ze als ‘schadelijke’ inhoud beschouwt (niet ‘onwettige’ want er is geen universele wettelijke definitie, laat staan een rechtbank om die uit te voeren). Er zijn genoeg voorbeelden te bedenken die we min of meer algemeen ‘schadelijk’ vinden, maar ten gronde wordt hier een bedrijf gevraagd te beslissen welke inhoud ze wél en niet wil publiceren. De vele voorbeelden hoe ze daarbij haar eigen merkwaardige waarden en normen hanteert (minder problemen met geweld dan met blote borsten) zijn gekend. Een platform als Facebook is niet te vergelijken met een klassieke uitgeverij. De uitgever beslist zelf welke inhoud hij publiceert en kan daar op worden aangesproken. Een internetplatform is eerder te vergelijken met een drukker die liefst ook niet beslist welk deel van uw krant hij van de pers laat rollen. Zeker niet als die drukker een quasi-monopolie heeft.

Het volstaat dat een groepje zeloten (de gekende trollen) iemand aanklaagt bij Twitter om diens account te laten blokkeren. Wat zowel Marc Van Ranst als Geert Wilders al overkwam, opnieuw zonder verantwoording, laat staan proces en verdediging.

De commerciële logica overweegt ook hier. Alles is toegestaan tot er indicaties komen dat het adverteerders kost of dat ze zich nog eens in het Amerikaanse Congres moeten verdedigen. ‘Ze zouden Hitler advertenties laten kopen’, zoals acteur Sacha Baron Cohen stelde, is gewoon een feit. In het interbellum zouden zijn advertenties op véél likes kunnen rekenen in binnen- en buitenland. Met nog een reclame voor de onkruidverdelger Cycloon bovenop (zo werkt het algoritme nu eenmaal).

Sacha Baron Cohen heeft technische giganten Facebook, Twitter, YouTube en Google als de ‘grootste propagandamachine in de geschiedenis’ veroordeeld en geeft ze de schuld voor een toename van ‘moorddadige aanvallen op religieuze en etnische minderheden’.

Maar om een gevoelige snaar te raken: we laten het aan de Facebooks over om te beslissen of de carnavalgangers in Aalst nog selfies mogen posten tijdens de volgende stoet. Daar komt geen UNESCO of rechter aan te pas.

Eind vorige eeuw werd het internet nog onthaald als het instrument dat vrijheid van meningsuiting werkelijk kon realiseren. Nu kan je wel nog je eigen website opzetten, maar niemand leest die tenzij je gevonden wordt op de grote kanalen, of in een niche op het Dark Web. En het is al langer bekend dat je bij Google het zoekalgoritme flink manipuleert om volgens haar meer wenselijke resultaten te bieden.

FINANCIËN

Rechtspreken over de vrije meningsuiting is maar een klein voorbeeld van wat de grote bedrijven doen zonder de klassieke overheidsregulering. Bitcoin werd onthaald als een zeer efficiënte manier om te bankieren zonder bank. Wat de rechterzijde met enthousiasme onthaalde in een visie om met Blockchaintechnologie een publieke dienstverlening uit te bouwen zonder ministeries. En Facebook plande met Libra een wereldwijde bank.

Bitcoin regelt betalingsverkeer zonder banken, en al zeker zonder centrale bank. Wat de economisten zal noodzaken een nieuwe theorie te ontwikkelen over financieel beleid. Zonder wisselkoersbeleid, enzovoort.

VOLKSGEZONDHEID

Amerikaans ondernemer, David Shrier, merkt op dat er in het ontwerpers van Libra niemand betrokken werd uit de overheid of aangeduid door een verkozen assemblee. Een overheid heeft een opdracht om het systeem te stabiliseren en transparant te houden. Onafgezien van het feit dat je gek moet zijn om Facebook of Google te vertrouwen dat ze de privacy van je financiële gegevens zullen respecteren. De fiscus kan niet in je bankrekening rondneuzen zonder onderzoeksrechter, maar we zouden dat wel laten doen door die bedrijven. Wat dat oplevert zijn nu al de verschillende prijzen voor je vlucht naargelang je op een dure Apple dan wel een goedkope pc boekt. Moeilijk kan het dan niet zijn om te checken wanneer een vrouw een predictor kocht, te analyseren wat ze googelt en op Facebook zet, en ze te bombarderen met reclame voor babykleertjes of dating sites.

Nu Google Fitbit heeft opgekocht, komt het meer te weten over de gezondheid en levensstijl van 27 miljoen gebruikers dan uw of mijn dokter, laat staan mutualiteit of ziekteverzekering ooit kunnen weten. Nog spectaculairder is hun overname van de Amerikaanse ziekteverzekering Ascension. Zo kregen ze de medische gegevens van 50 miljoen Amerikanen in handen. Combineer die gegevens maar eens met je inkomen, aankopen en hobby’s. Je zal nogal geholpen worden ‘op maat’.

MULTINATIONALS VERVANGEN STATEN

De uitbesteding van leger en politie aan privébedrijven begint wereldwijd ook al endemische vormen aan te nemen. Grotendeels nemen die nog maar opdrachten over van de staat, maar men vreest dat ze gestimuleerd worden beleidsbeslissingen te beïnvloeden om de reikwijdte van hun acties te verhogen. We hebben dus bedrijven die belang hebben bij wat meer oorlog dan nodig. En de grote bedrijven betalen niet veel belastingen (en stellen weinig volk te werk) maar doen wél aan op eigen houtje aan liefdadigheid en ontwikkelingssamenwerking.

Belastingen betalen ze, zoals bekend, nauwelijks. En eigenlijk werkt er ook niet zoveel personeel. Facebook telt 35.587 personeelsleden. Dat is wereldwijd zowat evenveel als er in ons land bij de NMBS werkt. Maar toch hebben ze zoals de banken het imago van ‘too big to fail’, met alle bijhorende voordelen.

Ze doen wel zelf aan liefdadigheid. Google voor zowat 1,3 miljoen dollar per jaar, wat nu ook niet meer is dan een afrondingsfout op de begroting van een bedrijf dat 9 miljard winst maakt. En toch mooie publiciteit en impact oplevert.

In Silicon Valley gaan ze nu zelf 1 miljard dollar investeren in woningen omdat de woningnood daar groot is. ‘Cut out the middle man’ moeten ze gedacht hebben. Waarom zouden we belastingen betalen zodat de overheid sociale woningen voor iedereen kan bouwen?
CEO’s zijn meteen ook de rijkste mensen ter wereld. Bill Gates met 107 miljard dollar, de jonge Zuckerberg raapte al 75 miljard dollar op. De officiële liturgie mag dan wel zijn dat die ‘venture capitalists’ passend mogen worden vergoed voor de creatie van zoveel welvaart en tewerkstelling, is het toch de vraag hoeveel welvaart Amazon dan wel creëerde om Bezos een vermogen groter dan het bnp van Slowakije op te leveren.

Kortom, de basisdefinitie van wat een ‘Staat’ doet wordt sluipenderwijs steeds minder de norm. Recht, veiligheid, volksgezondheid en sociale zekerheid, ontwikkelingssamenwerking, huisvesting wordt overgenomen door multinationale ondernemingen die zich zo weinig mogelijk van lokale wetten gelegen laten. We glijden steeds meer af naar het concept van de Nachtwakersstaat. Die 19e eeuwse staat deed enkel het allernoodzakelijkste op het vlak van infrastructuur en veiligheid. Het is ook niet de enige keer in de geschiedenis dat de samenleving door gilden of bedrijven wordt geregeld, maar er was altijd nog wel een illusie van een opperste gezag. Langzamerhand wordt een groot deel van wat er in uw leven gebeurt niet bepaald door die staat, of zelfs EU of VN, maar door een handvol bedrijven die het initiatief nemen, de regels bepalen en ze zelf uitvoeren en sanctioneren.

WAT BETEKENT DIT VOOR DE BURGERS?

We glijden snel af naar een tijdperk waarin die verkozen parlementen en regeringen op een ‘Kriegs-nebenschauplatz’ zich mogen buigen over belangwekkende thema’s als de Vlaamse canon, de maximumsnelheid op de Brusselse ring en waar er een windmolen mag komen. Over wat banken met uw geld mogen doen, of de grote jongens belastingen moeten betalen, hebben ze al veel minder te zeggen. Wat er gebeurt met uw informatie, gezondheid, veiligheid ontsnapt nu al flink aan uw ‘democratische besluitvorming’, en dat dreigt alleen maar erger te worden.

Waarbij het eerste motief ‘winst’ voorspelbaar steeds meer zal wijken voor ‘macht’. Als ze uw leven controleren, volgt uw geld sowieso wel. En eens je multimiljardair bent is geld toch niet meer zo interessant, wel het gevoel dat je op deze planeet alles kan doen wat je maar wil. Het is veel aangenamer met je eigen geld een ziekte te genezen dan het te geven aan een of andere internationaal instituut die dat voor jou gaat doen met een pak ambtenaren tussenin. En je moet niet zoals gebruikelijk lobbyen om die overheid te laten doen wat je wil.

DE ECHTE BAZEN NOEMEN ZICH CEO’S

Als de staat minder relevant wordt, dan doet de omschrijving er ook niet zoveel meer toe. Of we ons nu Europeanen, Belgen, Vlamingen of Gentenaars willen noemen, het zijn administratieve niveaus die de fundamenten van ons leven steeds minder kunnen beïnvloeden. Omdat de échte bazen zich CEO’s noemen. En aangezien een soort wereldregering echt wel utopisch lijkt is er geen enkel politiek niveau dat bedrijven van die omvang aan banden kan leggen. De Verenigde Naties hebben in de voorbije 74 jaar niet eens de naties echt onder controle kunnen houden, het lijkt weinig waarschijnlijk dat ze dat ooit kunnen doen met bedrijven die vlot naar een belastingparadijs trekken. Of naar landen die met plezier de regelgeving versoepelen om ze te kunnen onthalen, ook al betalen ze daar ook geen cent belastingen. Al in 2003 werd er een ontwerp Norms on the Responsibilities of Transnational Corporations and Other Business Enterprises with Regard to Human Rights; voorgelegd aan de VN, maar niet goedgekeurd. Sinds 2005 is men aan het werken aan een vervolg dat er al evenmin lijkt te komen. Iemand zal mensenrechten wel bad for business vinden.

De evolutie betekent nog niet dat de topman van die bedrijven als een dictator aan de touwtjes van de wereld trekt. Of zelfs dat er al een strategie is die verder gaat dan zoveel mogelijk winst maken met zo weinig mogelijk kosten. Al zal er zoals in andere organisaties ongetwijfeld een zichzelf aandrijvende hunkering ontstaan naar steeds groter, rijker en sterker zonder op de duur nog te weten wat ze er mee moeten aanvangen. En de huidige topbedrijven worden nog gemanaged door de mensen die ze ooit met een goed idee opstartten, maar tegelijk zijn ze een begeerlijke prijs voor would-be wereldheersers.

Het is normaal dat de politiek zoals we die kennen nog lang zal gerapporteerd en bestudeerd worden. Maar zoals districtsraden, gemeentebesturen, regionale en nationale regeringen zullen hun beslissingen steeds minder effect hebben op uw dagdagelijks leven. Onbelangrijk worden die nooit, maar ze zullen steeds meer moeten opereren binnen het kader dat daarbuiten wordt geregeld. Zoals de industriële revoluties en de globalisering van de economie een enorme invloed hadden op wat een land nog kan doen, bepalen een paar bedrijven wat de nachtwakersstaat nog mag regelen. Maar het is nog de vraag of en hoe mensen nog invloed willen of kunnen hebben op die evolutie. Bedrijven die al weinig of geen inspraak van hun werknemers dulden zullen die van hun klanten wereldwijd ook maar onder Public Relations klasseren. En ze kunnen rekenen op hun legertje economisten die het plebs wel zullen uitleggen dat alles wat goed is voor bedrijven en hun bazen, ooit wel goed is voor hen.

Samenleving & Politiek, Jaargang 27, 2020, nr. 1 (januari), pagina 31 tot 35


Greenwashing Van Het Kapitalisme Verandert Niets Aan Zijn Roofzuchtige Kern: De Greta-fabel En Zijn Grenzen

27/10/2019 tags: greenwashing, kapitalisme

Klimaatverandering herbergt een groot actiepotentieel. Want wie wil dat het poolijs alsmaar sneller smelt en het zeewater stijgt. Niemand toch? Zelfs het grootkapitaal laat lijken alsof het zich zorgen maakt. Daar ligt de truc om mensen zich vooral met klimaatsverandering te laten bezighouden, in plaats van met bestrijden van het kapitalisme. Door greenwashing en duurzaam kapitalisme te beloven, lijkt het grootkapitaal zich in te zetten voor, ja waarvoor?    

Het grootkapitaal, het supranationale, multinationale bedrijfsleven, daarin gesteund of aangespoord door regeringen, gaat het slechts om één ding: winst maken, om vermogens te accumuleren. Daarmee gaat gepaard: verzieken, vernielen van het milieu, doden van mensen en uitroeien van diersoorten, dat moet worden gestopt! Daarop moeten (massa)acties zich richten (burgerlijke ongehoorzaamheid, boycot), daarvoor moeten parallelle sociale en economische organisaties worden opgezet, om grootkapitaal en regering te negeren, enzovoort (integrale coöperatie; taz). Daarna zien we wel of dit het klimaat een andere kant op doet veranderen.

Het wil dat de Spaanstalige journaliste en dichteres Cecillia Zamudio, die onder meer samenwerkt met het Anti-imperialistisch Front (FAI) en historisch en sociaal onderzoek doet, een artikel op haar site publiceerde, dat uitgebreid beschrijft waar ik het hierboven over heb. Zij noemt man en paard. Ik vertaalde haar betoog. U treft het hieronder aan. De integrale versie verscheen op Pensamiento critico. [ThH]

Cecillia Zamudio: ‘De echte milieuactivisten van deze wereld zijn de mensen die strijden tegen de plundering door multinationals: degenen die hun leven geven voor hun gemeenschappen, voor de bergen en rivieren. Elke maand worden in hun land tientallen van deze echte milieuactivisten vermoord: de kogels van de moordenaars van het transnationale kapitalisme schieten hun kop vol eerlijkheid en strijd eraf. Zij sterven met schone handen, handen die nooit de beruchte handen van het IMF of die van andere vampiers op de planeet zullen hebben geschud. De uitbuitende klasse en haar kapitalistische systeem bestendigen zichzelf op basis van uitroeiing en vervreemding: op basis van geweld, maar ook op basis van de leugen die ze via hun massamedia opleggen.

Op verschillende foto’s en video’s zien we Greta Thunberg, het nieuwe personage dat door het culturele apparaat van het kapitalisme is gehypermediatiseerd, met Christine Lagarde, toen nog directeur van het IMF en kandidaat voor de ECB (het IMF, de instelling van het transnationaal kapitalisme die de natuur plundert en hele volkeren uithongert). Een handdruk die de vreugde van de meesters van de wereld, een samenstel van de grote zakenwereld en de politieke elite, goed illustreert, die hen begroet, die hen dienen in de belangrijke taak om te infiltreren in alle gevechten met Trojaanse Paarden die energieën naar doodlopende wegen leiden, die de meerderheid manipuleren in pseudo gevechten die nooit de wortel van de problemen raken, en ze daarom niet oplossen. Het kapitalisme, dat de natuur vernietigt en de uitbuitende klasse die ervan profiteert, dat wordt niet in twijfel getrokken door de ‘Greta’-fabel. De planeet sterft en de heersende klasse gaat verder met haar Circus [..the circus is in town..,Bob Dylan].  Dat is het absolute cynisme’. [..] [Zamudio heeft het over ‘culturele apparaat’; bedenk dat bij de afscheidsreceptie van Lagarde in Washington (zetel van het IMF) op 28 september 2019 onder de 250 genodigden zich ook de niet te ontlopen Bono, de ‘rock star’, leider van de band U2 bevond…; Marianne van 11-17 0ktober 2019.]

Plunderen en kapitaliseren

‘De vernieling van de natuur is te wijten aan de kapitalistische productiewijze: de agrovoedingsindustrie vergiftigt het land, de mijnbouw verwoest bergen en rivieren, enz. Overconsumptie is een fenomeen dat op afstand wordt beheerst door het culturele apparaat van het kapitalisme, door reclamebombardementen. De geprogrammeerde veroudering, een pervers mechanisme van vroegtijdige veroudering, bewust geïmplementeerd in de kapitalistische productiewijze, garandeert ook dat de massa’s overconsumeren, want zo vult de bourgeoisie haar schatkist: op basis van de uitbuiting van arbeiders en op basis van de verwoesting van de natuur.

Er is geen oplossing voor de verwoesting van de natuur in het kader van het kapitalisme. Geconfronteerd met de voelbare tragedie van plastic continenten die op de oceanen drijven, de duizelingwekkende ontbossing van duizendjarige bossen, de verwoesting van gletsjers, het vervuilde en gedraineerde grondwater en rivieren, de door de mijnindustrie geamputeerde bergketens, het verarmde uranium waarmee het militair-industriële complex hele regio’s bombardeert en de aanzienlijk stijgende CO2-uitstoot, ja geconfronteerd daarmee blijkt het cynisme van de wereldleiders enorm. Alsof hun benadering het probleem is…Het is alsof zij zeggen:

Strijd tegen kapitalisme

‘Wij kunnen de zon niet met een vinger verbergen, met andere woorden, we kunnen niet langer de verwoesting van de planeet verbergen die de grote kapitalisten plegen; dus wat wij nu kunnen doen om door te gaan met plunderen en kapitaliseren is liegen over de onderliggende en systemische oorzaken van het probleem. Belangrijk is dat wij niet als verantwoordelijk worden aangewezen; dat wij niet worden aangewezen als eigenaars van de productiemiddelen, die beslissen wat er gebeurt, onder welke voorwaarden en in welk tempo; dat wij niet worden aangewezen als verrijkt door de plundering van de natuur en door de meerwaarde die wij van de werknemers in beslag nemen. [..] Het is genoeg voor een goede propagandabewerking op wereldschaal, voor ons om gezien te worden als een luisterend oor voor iets dat we eerder hebben gecreëerd, iets dat ons niet in twijfel trekt als een dominante klasse, als een uitbuitende klasse, en dat uiteindelijk geen vraagtekens plaatst bij dit systeem’.

‘Greta en haar fractie doen een beroep op de zogenaamde ‘morele kwaliteiten’ van de heersers van de wereld, doen een beroep op hun zogenaamde ‘goede wil’; opnieuw worden we geconfronteerd met de verdovende fabel, die doet alsof we in het kapitalisme kunnen negeren dat de accumulatie van rijkdom door de grote kapitalisten op twee fundamentele manieren plaatsvindt: de uitbuiting van arbeiders en het plunderen van de natuur. In de fabel van greenwashing wordt frauduleus voorgesteld het bestaan van een zogenaamd ‘groen kapitalisme’: door de logica van het systeem is dat bestaan volstrekt onmogelijk. Een ‘groen kapitalisme’ is niet mogelijk, evenmin als een ‘kapitalisme met een menselijk gezicht’, net zomin als er vegetarische leeuwen bestaan. Simpelweg omdat als we het over een economisch, sociaal, politiek en cultureel systeem hebben dat kapitalisme heet. In dat geval hebben we het over mechanismen die inherent zijn aan de logica ervan: ka-pi-ta-li-li-se-ren.

En tot degenen die het bedrog bevorderen dat verkondigt dat ‘de Noordelijke landen grote voorbeelden zijn van goed en groen kapitalisme’, is tegen te werpen dat ze juist navraag moeten doen naar de slachtoffers van de moordpartijen die grote Noordelijke bedrijven in Congo hebben aangericht om tot de laatste restanten coltan en andere grondstoffen te kunnen plunderen. We hebben het dan over Ericsson, Saab, Volvo, Bofors (wapens), Nammo (wapens), Kongsberg (wapens), Ikea, H&M, etc. Noch erg ‘groen’, noch erg ‘menselijk’ in termen van uitbuiting en verwoesting van arbeiders en natuur. Ah, als we erin slagen om alle beerputten van praktijken die een multinational verrijken voor de buitenwereld te openen, dan wordt er geen rekening gehouden met die beerputten. En de enorme omzet van Zweedse, Noorse en Finse bedrijven op basis van wapenverkopen en hun lucratieve deelname aan een nieuwe NAVO-invasie zullen ook niet in de fabel aan de kaak worden gesteld, nietwaar? [..] De grote multinationale energiebedrijven, de roofdieren van de natuur bij uitstek, dragen de logo’s van kolibries of zeepaardjes. BMW en een Zwitserse bank financieren de boot waarmee Greta over zee reist: zullen de processen van BMW of de Zwitserse bank dan minder vervuilend en minder berucht zijn?’

Greenwashing

‘In de Greenwashing discussie is iedereen even schuldig, want ten slotte… ‘als we allemaal schuldig zijn, is niemand op een bepaalde manier schuldig’. Dat is een wijze om de verantwoordelijkheden te laten verwateren, om de belangrijkste daders van de barbaarsheid niet aan te wijzen: de grote kapitalisten, de transnationale bourgeoisie. [..] Maar let op, in de Greenwashing discussie worden de plunderingen door de grote kapitalisten, door de gigantische multinationals die hele rivieren omleiden voor de mijnindustrie, gelijkgesteld aan de mensen die het slachtoffer ervan zijn. Slachtoffers en daders zijn aan elkaar gelijk in het abjecte discours van ‘wij zijn allemaal schuldig’. Het onderscheid is verdoezeld, tussen sociale klassen, tussen een handvol landen dat 80% van de hulpbronnen van de planeet consumeert (Verenigde Staten, Europa, Canada, Japan, Australië en andere kapitalistische metropolen) en alle andere landen van de wereld (de overgrote meerderheid) die overleven met de resterende 20%. In het discours van ‘Groene Make-up’ spreken we niet over kapitalistische metropolen die over-consumerend zijn, tegenover de kapitalistische periferieën die door het transnationale kapitalisme worden opgevat als louter ‘reservoirs van hulpbronnen’ en tot in de kern worden geplunderd, met een verwoestende ecologische impact en een brutale sociale verarming als gevolg; evenmin zegt men dat plundering plaatsvindt door het doden van personen of gemeenschappen die hun stem verheffen tegen de plundering van het kapitalisme.

De roofzuchtige multinationals en de mensen die ze uitroeien worden in die discours aan elkaar gelijk gemaakt. Laten we als voorbeeld nemen van wat de Anglo-Amerikanen BHP Billiton (mijnbouw) en het Anglo-Zwitsers Glencore (internationaal handelshuis) doen door een hele rivier om te leiden om water te gebruiken in de grootste steenkoolmijn ter wereld, de Cerrejón-mijn in Colombia, die leidt tot droogte, ecocide, hongersnood en genocide aangaande een van de belangrijkste inheemse volkeren van Colombia, de Wayú. Meer dan 14.000 Wayú-kinderen stierven van honger en dorst als gevolg van kapitalistische plunderingen door deze multinationals. De tonnen steenkool die wordt gewonnen, is voornamelijk bestemd voor de Verenigde Staten en Europa. Dus nee, we zijn niet ‘allemaal schuldig op dezelfde manier’. Een werkend gezin is niet schuldig zoals een kapitalist. De multinational Glencore is niet schuldig op dezelfde manier als het Wayú-volk, dat niet alleen niet schuldig is, maar ook het slachtoffer is van genocide. De daders zijn niet de duizenden sociale strijders, echte milieuactivisten, die dagelijks worden gedood door de kogels van de moordenaars van het transnationale kapitalisme; de daders zijn degenen die de planeet plunderen en huurmoordenaars betalen om elk verzet tegen kapitalistische plunderingen neer te slaan.’

Staatsterrorisme

[Het onderschrift van de illustratie luidt: ‘Volkeren in strijd tegen kapitalistische plundering, geconfronteerd met staatsterrorisme’.]

Cecillia Zamudio gaat daar als volgt op in. ‘Voor onze doden, geen minuut stilte in het licht van de barbaarsheid; wel een pantomime waarmee de transnationale bourgeoisie haar misdaden beweert te verslaan: meer dan 1500 boeren, inheemsen, Afro-afstammelingen, ecologen, sociale activisten, zijn in Colombia in vijf jaar tijd vermoord door transnationaal kapitalisme, enkele duizenden in Mexico, in verschillende landen in Afrika, Azië en Latijns-Amerika. En diezelfde bourgeoisie komt tot ons met haar fabel van het tienermeisje met vlechten, dat het kapitalistische systeem niet ter discussie stelt en dat hyper-mediatiek wordt ingezet met een enscenering die ruikt naar eurocentrisch paternalisme, met de setting die ruikt naar cynisme, met dit theater waar de geur van simulatie hangt, zodat er niets verandert.

‘Zolang we onder het kapitalisme leven, zal deze planeet niet gered worden, omdat het kapitalisme in strijd is met het leven, de ecologie, de mens, de vrouwen’, zei Berta Cáceres [zoals in vertaling op de beeltenis te lezen is]. Cáceres, een authentieke ecologe en Hondurese sociaal activiste, vermoord omdat zij zich tegen de plundering van het kapitalisme verzette. Chico Méndes, een andere authentieke ecoloog, verdediger van het Amazonegebied. Deze sociaal activist werd vermoord om zijn stem van klassenbewustzijn het zwijgen op te leggen, om te proberen de politieke organisatie van de onteigenden te beteugelen. Al voor de moord werd gerapporteerd over het bedrog van de ‘greenwashing’ (een term die toen nog niet gebruikt werd, maar de bedrieglijke activiteit bestond al). Macarena Valdés, een Mapuche-ecologe die vermoord werd vanwege haar verdediging van de natuur en de gemeenschap, kwam ook op tegen het kapitalisme en haar groene ‘make-up’.

Macarena was de confrontatie aangegaan met de multinational RP Global, een Oostenrijkse kapitalistische multinational, die de verkoop van energie als ‘duurzaam en hernieuwbaar’ promoot (zonder zijn betrokkenheid te vermelden bij de ecocide en genocide tegen het Mapuche-volk). Er zijn duizenden activisten tegen de vernietiging van de natuur, hun stemmen komen niet in de media terecht, hun leven is vaak kort omdat ze worden gebroken door repressieve instrumenten in dienst van het transnationale kapitalisme.

En als een land beweert zijn natuurlijke hulpbronnen te nationaliseren en niet toe te staan dat multinationals ze plunderen, wordt het gebombardeerd, slachtoffer van imperialistische oorlogen; het wordt binnengevallen door religieuze huurlingen, door fanatiekelingen die uit eigen maatschappelijke kringen zijn voortgekomen en vervolgens door NAVO-laarzen; het wordt gemarteld, gekweld, en er worden bloeddorstige regimes aan het land opgelegd. Waar zijn dan valse ‘ecologen’ van het systeem wanneer het Amerikaanse en Europese imperialisme de natuur vernielen en de volkeren in Irak, Libië, Colombia, Afghanistan, Jemen, enz. afslachten? Ah…. er is geen demonstratie van hun kant, toch?…. Natuurlijk zijn poppen het zichzelf verplicht in het theater, om de dwazen voor de gek te houden, vanwege de duizenden mensen die zijn (en dagelijks worden) vermoord door het transnationale kapitalisme. Omdat die mensen de planeet werkelijk verdedigd hebben, zullen zij nog meer verborgen raken te midden van alle kakofonie, van de hyper-mediatisering van de fictie. Maar de strijd gaat door, tegen het kapitalisme en zijn barbaarsheid; omdat de cosmetica waarmee ze beweren de stank ervan te bedekken, op velen van ons geen uitwerking heeft’.

Cecillia Zamudio

[Beeldmateriaal ontleend aan haar artikel en haar site; het artikel is integraal te vinden op Pensamiento crítico; vertaling Thom Holterman.]

Toevoegingen:

[1]  In het actiewezen is plotseling verschenen de beweging die zich noemt Extinction Rebellion (XR). Het is goed dat er in het kader een als maar grotere aandacht komt voor wat er fout gaat in deze wereld op het vlak van de klimaatverandering. Maar wie houden zich ermee bezig en om welke reden(en)? Zo verscheen van Vincent Lenormant op de site van Librairie Tropiques (Parijs) een onderzoek naar de herkomst van XR. Dit heeft geresulteerd in de bijdrage getiteld ‘Extinction Rebellion, nieuwe massa-manipulatie met welk doel?’. Over de mensen die er als stimulatoren achter zitten (zoals Roger Hallam, Farhana Yamin) heersen twijfels. Zie de site van Librairie Tropiques. Het is verontrustend dat nu het aantal jonge activisten groeiende is, zij zich, wellicht indirect, laten bespelen door de wensen van het grootkapitaal. ‘Bezorgd over het klimaat? Dat kan, maar blijf af van ons kapitaal en laat ons onderwijl gewoon kapitalistisch de boel verzieken’, zal het opperen. Bedenk dus steeds: het moet om en over antikapitalistische actie gaan: laat je niet daarvan afleiden.

[2]  zie ook over XR het artikel waarnaar Kees Stad verwijst op: Roarmag.

[3]  De site Pensamiento critico, van Cecillia Zamudio en die van Librairie Tropiques heb ik gevonden op de site Le Grand Soir, Journal Militant d’Information Alternative.  [ThH]

Bron: Libertaire orde


Raoul Vaneigem: We Hebben Geen Andere Keuze Dan Het Onmogelijke Te Durven

06/10/2019 tags: black blocs, opstandig pacifisme, zapatisten

      Raoul Vaneigem

Raoul Vaneigem, voormalige lid van de Situationistische Internationale (die bestond van 1957 tot 1972), legt in een interview met het Franse dagblad Le Monde van 30 augustus 2019 uit waarom het te verkiezen valt om voor een opstandig pacifisme te kiezen in plaats van zich  te verlaten op de tactiek van de Black Blocs, als men de beschaving van het handelskapitaal wil omver werpen. In het interview met Le Monde zijn de laatste twee vragen en antwoorden niet gepubliceerd. De integrale versie, dus die waarin de laatste twee vragen en antwoorden wel te vinden zijn, treft men aan op de site La voie du jaguar. De vertaling is van Geert Carpels. [ThH]

Vraag: Wat is de aard van de aan gang zijnde mutatie, van het instorten van de beschaving? In welke zin is het einde van een wereld niet het einde van de wereld, maar het begin van een nieuwe? Welke beschaving zie je dan, aarzelend, de kop opsteken middenin de ruïnes van de oude?

            Raoul Vaneigem

Raoul Vaneigem: Hoewel de bezettingsbeweging, die de meest radicale tendens van ‘Mei 1968’ was, er niet in is geslaagd het project van een zelfbeheer van het dagelijkse leven uit te voeren, kan ze prat gaan op een verworvenheid van uitzonderlijk belang. Ze heeft een bewustzijn in het leven geroepen dat een onomkeerbaar punt voorstelt in de geschiedenis van de mensheid. Het massale aanklagen van de welfare state – de staat van het consumentenwelzijn, van het geluk op afbetaling – heeft de doodsteek toegebracht aan de deugden en gedragingen die sinds millennia werden opgelegd en voor onwrikbare waarheden werden gehouden: de hiërarchische macht, het respect voor de autoriteit, het patriarchaat, de angst en het misprijzen voor de vrouw en de natuur, de verering van het leger, de godsdienstige en ideologische gehoorzaamheid, de concurrentie, de competitie, de roofzucht, het offer, de noodzaak van het werk.

Het idee zag toen het licht dat het echte leven niet kon worden verward met ‘overleven’ dat het lot van de vrouw en de man verlaagt tot dat van een lastdier en een prooidier. Later werd gedacht dat deze radicaliteit was verdwenen, weggeveegd door interne rivaliteiten, machtsstrijd, opstandig sektarisme; versmacht door de regering en door de communistische partij, waarvan het de laatste overwinning was. Het was echter eerder dat het vooral aangevreten werd door de enorme golf van triomfalistisch consumentisme die nu als gevolg van de voortschrijdende verpaupering langzaam maar zeker opdroogt. Men hield er geen rekening mee dat de gedwongen aanmoediging tot consumeren, de ontwijding van de oude waarden in zich droeg.

De kunstmatige bevrijding, aangeprezen door het supermarkthedonisme, verbreidde een overvloed en een diversiteit aan keuzes die slechts één nadeel hadden, dat er aan de uitgang de kassa wachtte; er moest nog worden betaald. Dit lag aan de oorsprong van een model van de democratie waarin de ideologieën plaats ruimden ten voordele van kandidaten die in hun verkiezingscampagne gebruik maakten van de meest beproefde publicitaire technieken. Het cliëntelisme en de ziekelijke aantrekkingskracht van de macht bespoedigden de ruïne van een gedachtegoed waarvan de huidige regering zonder vrees de ontstellende haveloosheid tentoonspreidt. Vijf decennia volstonden om te vergeten dat onder het bewustzijn van het proletariaat, platgewalst door het consumentisme, een menselijk bewustzijn aanwezig was waarvan de lange sluimering het plotse ontwaken niet heeft verhinderd.

De beschaving van het handelskapitalisme is niets meer dan het gekletter van een machine die de wereld verbrijzelt om haar te versnipperen tot beurswinst. Alles hapert wat van bovenaf komt. Wat van onderuit ontstaat, wat in de samenleving vaste vorm krijgt, dat is een gevoel van menselijkheid, een voorrang van het zijn. En het zijn heeft geen plaats in de luchtbel van het hebben, in het raderwerk van de globalisering van de handel. Dat het leven van het menselijke wezen en de ontwikkeling van zijn bewustzijn vanaf nu hun voorrang bevestigen in de aan gang zijnde opstand, staat me toe te spreken van de geboorte van een beschaving die voor het eerst de aan onze soort inherente creativiteit bevrijdt van de onderdrukkende voogdij van de Goden en de meesters.

Vraag: Sinds 1967 hebt u onophoudelijk de doodstrijd beschreven van de beschaving van het handelskapitalisme. Ze bestaat nochtans nog altijd en ontwikkelt zich elke dag verder in deze tijd van financieel en digitaal kapitalisme. Zit u niet gevangen in een progressieve (of teleologische) visie van de geschiedenis, die u trouwens deelt met het neoliberalisme (dat u tezelfdertijd bestrijdt)?

Ik heb lak aan etiketten, aan categorieën en aan andere opberglades van het spektakel. Het nadeel van een systeem dat vastloopt, is dat het lang kan duren. Heel wat economen schreeuwen voortdurend moord en brand in afwachting van een onafwendbare beurskrach. Het heeft niets met doemdenken te maken, de implosie van de monetaire bubbel maakt deel uit van het geheel. Het gelukkige gevolg van een kapitalisme dat zich tot barstens toe blijft opblazen, is dat het,  net zoals de regering die uit naam van Frankrijk het Franse volk onderdrukt, veroordeelt, verminkt, ogen uitsteekt en verarmt, de lui onderaan de ladder aanzet om vóór alles het dagelijkse leven te verdedigen. Het stimuleert de lokale solidariteit, het moedigt aan om te antwoorden met burgerlijke ongehoorzaamheid en met het zich zelf organiseren tegen diegenen die de armoede rentabiliseren, het nodigt uit om het res publica in eigen handen te nemen, de publieke zaken die dagelijks verder worden geruïneerd door de oplichterij van de financiële machten. Dat de intellectuelen over modieuze concepten debatteren in de trieste arena’s van het egotisme, is hun recht. Sta me echter toe meer interesse op te brengen voor de creativiteit die in de dorpen, de wijken, de steden, de regio’s het onderwijs opnieuw uitvindt dat werd verknoeit door de sluiting van de scholen en door het onderwijs in concentratiescholen; het openbaar vervoer herstelt; nieuwe en kosteloze energiebronnen ontdekt; de permacultuur verspreidt en de door de landbouw- en voedingsindustrie vergiftigde gronden opnieuw natuurlijk maakt; de groenteteelt en een gezonde voeding bevordert; van de wederzijdse hulp en de solidaire vreugde een feest maakt. De democratie komt uit de straat, niet uit de urnen.

Vraag: U hekelde, samen met anderen, de oproerkraaiers uit de revolutionaire bewegingen en opstandige groeperingen die het stalinisme in stand hielden, of van de manier waarop het trotskisme bijvoorbeeld de onderdrukking van Kronstadt toedekte. Kan men het in verband met onze wereld hebben over “het democratische totalitarisme” of over “de geconcentreerde hebzucht” als een passende manier om de realiteit of het revolutionaire opbod te beschrijven?

De onderdrukkers en de manipulatoren aan de kaak stellen lijkt me echt niet meer nodig, de leugen is overduidelijk geworden. De eerste de beste beschikt over wat men de ‘schaal van Trump’ zou kunnen noemen, om het niveau van het mentale gebrek te meten van de valsspelers, zonder terug te hoeven vallen op een moreel oordeel. Het belang ligt elders. Het heeft jaren van hersenspoeling gekost vooraleer Goebbels ervan uit kon gaan dat ‘hoe grover de leugen, hoe beter men hem slikt’. Wie vandaag de belabberde toestand van de ziekenhuizen voor ogen heeft en in de oren de ministeriële beloftes tot verbetering, begrijpt zonder moeite dat het volk behandelen als een samenraapsel zwakzinnigen alleen de psychopathologische ravage van de machtshebbers benadrukt. Ik heb geen andere keuze dan op het leven te mikken. Ik wil geloven dat er achter de rol en de functie van de smeris, van de rechter, van de procureur, van de journalist, van de politicus, van de manipulator, van de tribuun, van de expert in de subversie, een mens bestaat die het hoe langer hoe moeilijker heeft om het gebrek aan authentieke belevenissen te verdragen waartoe de vervreemding van de winstgevende leugen hem veroordeelt.

De bezorgdheid voor het opbod, de meerwaarde zijn me vreemd. Ik ben noch baas, noch beheerder van een groep, noch goeroe, noch denkmeester. Ik zaai mijn ideeën zonder me erover te bekommeren of ze nu op vruchtbare dan wel steriele gronden vallen. In deze context verheug ik me gewoon over het verschijnen van een beweging die niet populistisch is – zoals gewenst door de aanstokers van de chaos die zo goed is voor het gesjoemel – maar een ware populaire beweging die vanaf het begin uitvaardigde dat ze afzag van bazen en zelfverklaarde vertegenwoordigers. Dit stelt me gerust en bevestigt mijn overtuiging dat mijn persoonlijk geluk onafscheidelijk is van het geluk van iedere vrouw, ieder kind en iedere man.

Vraag: Hoe komt het dat “het paramilitaire gauchisme” en “de politietroepen” in een steriele oog in oog toestand terecht zijn gekomen, vooral sinds de betogingen tegen de arbeidswet? En hoe kan men eruit geraken?

De technocraten houden met een zodanig cynisme vast aan het kwellen van het volk als een beest dat in de val zit van de arrogante onmacht, dat men verwondert moet zijn over de gematigdheid waarvan de populaire woede blijk geeft. Het black bloc is een uiting van een woede die door de onderdrukking van de politie moet worden aangewakkerd. Het is een blinde woede die door de mechanismen van het mondiale profijt gemakkelijk wordt overwonnen. Symbolen vernietigen is niet hetzelfde als een systeem vernietigen. Erger nog dan een dwaasheid, gaat het over een haastige verzadiging, amper bevredigend, frustrerend, het gaat om het afwenden van een energie die beter gebruikt kan worden bij de onontbeerlijke opbouw van zelfbeheerde gemeenschappen. Ik ben met geen enkele paramilitaire beweging solidair en ik wens dat de beweging van de gele hesjes in het bijzonder en de populaire subversie in het algemeen zich niet laten meeslepen door een blinde woede die de vrijgevigheid van het leven en van het menselijke bewustzijn in een drijfzand doen belanden. Ik zet alles in op de uitbreiding van het recht op geluk, op een ‘opstandig pacifisme’ dat van het leven een absoluut wapen zal maken, een wapen dat niet doodt.

Vraag: Wat betreft de beweging van de gele hesjes, is dit of was dit een revolutionaire of een reactionaire beweging?

De beweging van de gele hesjes is niet meer dan een nevenverschijnsel van een sociale beroering die het verval bevestigt van de handelsbeschaving. Die begint pas. Ze bevindt zich nog onder de verstomde aandacht van de intellectuelen, afval van een cultuur met sclerose, die zo stevig vastgeroest zaten in de rol van leiders van het volk en er nu niet van terugkomen dat ze niet op staande voet werden ontslagen. Welnu, het volk heeft besloten alleen door zichzelf te worden geleid. Het zal tasten, stotteren, zich vergissen, vallen, weer opstaan maar het heeft dat licht uit het verleden in zich, die verzuchting naar een echt leven en naar een betere wereld die de bewegingen van emancipatie, die vroeger werden onderdrukt, afgeremd, platgewalst, in hun elan gebroken, nu aan ons heden overdragen om ze aan de bron aan te vatten en hun loop te laten vervolgen.

Vraag: Uw visie op de opstand is zowel radicaal (in haar weigering van de dialoog met de Staat, het rechtvaardigen van sabotage, enz.) en gematigd (in haar weigering van de gewapende strijd, van de woede die zich laat herleiden tot vandalisme, etc.). Wat zijn de limieten van de opstandige woede? Wat is uw ethiek van de opstand? En wat denkt u over de publicaties en acties  die sinds tien jaar worden gevoerd in het spoor van “De komende opstand”? [Het betreft hier een verwijzing naar een Frans pamflet waarover meer op de site Globalinfo; klik HIER.]

Sinds de opflikkering van ‘Mei 1968’, zie ik alleen het verschijnen van de beweging van de Zapatisten in Chiapas, de opkomst van een confederale maatschappij in Rojava en inderdaad, in een heel verschillende context, de geboorte en vermenigvuldiging van de ZAD, (Zone à défendre – Te verdedigen gebieden) waar de weerstand van een regio tegen de aankomst van geplande hinder een solidariteit van “samenleven”  doet ontstaan. Ik weet niet wat ‘ethiek van de opstand’ betekent. Wij worden slechts geconfronteerd met de uitdrukking van volle vreugde en van woede, van ontwikkelingen en van regressies. Bij de vragen die men zich kan stellen, lijken er me twee onontbeerlijke te zitten. Hoe de zondvloed verhinderen van de vechtjassen van de staat die de levensgemeenschappen en hun gebieden vernietigen omdat de kosteloosheid niet samengaat met het principe van de winst? Hoe verhinderen dat een samenleving die de individuele en collectieve autonomie voorstaat, in haar schoot de oude tegenstelling weer opbouwt tussen machtsmensen en een basis zonder vertrouwen in haar eigen creatieve mogelijkheden?

Vraag: Waarom moeten we het mannelijke en het vrouwelijke overstijgen (noch patriarchaat noch matriarchaat)? En wat verstaat u onder het instellen van een “acratische voorrang van de vrouw”?

De valstrik van het dualisme is dat hij het overstijgen verhindert. Ik heb niet gevochten tegen het patriarchaat opdat er een matriarchaat op zou volgen, dat niet meer is dan hetzelfde maar omgekeerd. Er bestaat mannelijkheid bij de vrouw en vrouwelijkheid bij de man, het gamma is uitgebreid genoeg om de vrijheid van liefdesbegeerten voor alle verlangens naar believen aan te passen. Wat mijn hartstocht wegdraagt bij de man en bij de vrouw, dat is het menselijke wezen. Men zal me niet kunnen overhalen om toe te geven dat de emancipatie van de vrouw erin bestaat toegang te krijgen tot wat de man zo dikwijls verfoeilijk maakte: de macht, de autoriteit, de wreedheid van de krijger en van de roofzuchtige. Een vrouwelijke minister, staatshoofd, smeris, speculant is geen knip meer waard dan het mannetje dat haar als minder dan niets behandelde.

Het wordt daartegenover tijd zich rekenschap te geven van de relatie die er bestaat tussen de verdrukking van de vrouw en de verdrukking van de natuur. Ze verschijnen allebei tijdens de overgang van de beschavingen vóór het ontstaan van de landbouw naar de beschaving van de landbouw en handel van de Stadstaten. Het lijkt me dat de samenleving die zich vandaag aftekent, ten gevolge van haar nieuw verbond met de natuur, het eindpunt bereikt van de anti-fysis (de anti-natuur) en bijgevolg het hoofdzakelijk acratische van de vrouw erkent, het is te zeggen, zonder macht, eigenschap waarvan ze genoot voor de opkomst van het patriarchaat. (Het woord heb ik ontleend aan de Spaanse libertaire stroming der acrates)

Vraag: Waarom beschouwt u de intellectuelen als “dichters die zichzelf verloochenen” en hun controverses als ijdel (van het post-structuralisme tot het feminisme, van de survival adepten tot de dierenrechtenactivisten)?

De poëzie, dat is het leven. De intellectueel pronkt met een functie die even vervreemdend werkt als de manuele functie – beiden afkomstig uit het werk en de opsplitsing ervan. In de greep van het lichaam, waarvan hij de impulsen temt in plaats van ze te louteren, is hij een geest waarvan de ideeën, hoe interessant ze ook kunnen wezen, gescheiden zijn van wat leeft en van die gevoelige intelligentie die uit onze vitale impulsen afkomstig is. De ideeën die ‘het hoofd bekokstooft’ geven voeding aan een abstracte intelligentie die zich nooit afzijdig houdt van de macht die het wil uitoefenen over het lijf en het sociale leven.

Vraag: Wat stelt u in staat te denken dat met het aanbreken van de tijd van het zelfbeheer van het leven, de problemen (dominantieverhoudingen allerhande, dierenmishandeling, misogynie, identitaire beweging, enz) van de baan zijn (het leven in gemeenschap overstijgt het communautarisme, enz)? Op welke manier kan een nieuwe levensstijl beschermen tegen het egoïsme, de macht en de vooroordelen?

Niets is voor altijd verworven maar het menselijke bewustzijn is een krachtige motor voor verandering. Tijdens een gesprek met de ‘opstandige ondercommandant’ Moises, van de Zapatistenbasis La Realidad, in Chiapas verklaarde hij dat ‘de Mayas altijd al misogyne waren. De vrouw was een inferieur wezen. Om dat te veranderen, hebben we bij de vrouwen moeten aandringen opdat ze een mandaat aanvaardden in de “junta van goed bestuur” die de beslissingen van de vergaderingen bespreekt. Vandaag is hun aanwezigheid uiterst belangrijk, ze weten het en geen enkele man komt nog op het idee hen uit de hoogte te behandelen’. Men heeft altijd de vooruitgang gelijkgesteld met de technische vooruitgang die, van Gilgamesj tot nu, gigantisch is. Als we daarentegen het verschil bekijken tussen de bevolking van de eerste Stadstaten en de volkeren van vandaag, onderworpen aan de wetten van het winstbejag, dan is de vooruitgang voorbehouden voor de mens, net zo ontegenzeggelijk, oneindig klein. De tijd is misschien aangebroken om de immense mogelijkheden van het leven te ontdekken en eindelijk voorrang te geven aan de vooruitgang van het zijn in plaats van die van het hebben.

Vraag: Op welke manier is het Zapatisme één van de meest geslaagde pogingen van het zelfbeheer van de het dagelijkse leven? En is het Zadisme een zapatisme?

Zoals de Zapatisten het zeggen: ‘We zijn geen model, we zijn een ervaring.’ De beweging van de Zapatisten is ontstaan uit een landelijke Maya gemeenschap. Ze is niet vatbaar voor export, maar het is toegelaten lessen te trekken uit de nieuwe samenleving waarvan ze probeert de grondvesten te leggen. De directe democratie baseert zich op het aanbod van mandatarissen die, uit hartstocht voor hun particuliere domein, hun kennis ten dienste stellen van de collectiviteit. Ze worden, voor een welbepaalde tijd, afgevaardigd naar de ‘junta van goed bestuur’ waar ze verslag uitbrengen over het resultaat van de ondernomen stappen. Het ter beschikking stellen en collectief beheer van de gronden heeft een einde gemaakt aan de dikwijls bloedige conflicten die vroeger woedden tussen de eigenaars van verschillende percelen. Het verbod op drugs werkt ontradend op het binnendringen van de drugskartels, die een groot deel van Mexico met hun gruwelijkheden overstelpen. De vrouwen hebben het uitvaardigen van een verbod op alcohol voor elkaar gekregen, omdat anders het macho geweld, waar ze zo lang het slachtoffer van waren geweest, weer zou kunnen oplaaien. De universiteit van de aarde te San Cristobal verstrekt gratis onderwijs in de meeste uiteenlopende domeinen. Er wordt geen enkel diploma uitgereikt. De enige vereisten zijn de begeerte om te leren en de wil om de kennis verder te verspreiden. We hebben hier te maken met een eenvoud die in staat is de bureaucratische complexiteit en de abstracte retoriek uit te roeien die ons gedurende ons hele bestaan van onszelf wegrukken. Het menselijke bewustzijn is een aan gang zijnde ervaring.

DE VOLGENDE VRAGEN EN HUN ANTWOORDEN WERDEN ZONDER ME TE RAADPLEGEN, WEGGELATEN IN DE KRANT VAN 31 AUGUSTUS 2019.

Vraag: Is het mogelijk om te ontsnappen uit de spiraal van geweld?

Die vraag moet worden gesteld aan de regering die moet worden herinnerd aan het betoog van Blanqui: ‘Ja heren, dit is de oorlog tussen de rijken en de armen, de rijken hebben het zo gewild, ze zijn inderdaad de aanvallers. Zij vinden het alleen nadelig dat het volk weerstand biedt. Als ze het over het volk hebben, zeggen ze gewoonlijk: dat dier is zo woest dat het zich verdedigt als het wordt aangevallen.’ Het project van Blanqui, die de gewapende strijd tegen de uitbuiters voorstaat, verdient te worden bekeken tegen de achtergrond van de gekoppelde evolutie van het kapitalisme en de arbeidersbeweging, die er voor streed om dat te vernietigen.

Het bewustzijn van het proletariaat, in haar verzuchting om een klasseloze maatschappij op te bouwen, is een overgangsfase geweest die door de geschiedenis werd omkleed met het menselijke bewustzijn in de periode toen de sector van de productie de plaats nog niet had ingeruild voor de kolonisatie door het consumentisme. Het is dat menselijke bewustzijn dat nu de kop weer opsteekt in de opstand waarvan de Gele hesjes slechts een voorbode zijn. We maken de opkomst mee van een opstandig pacifisme dat, met als enige wapen de niet te onderdrukken wil tot leven, zich stelt tegenover het vernielende geweld van de regering. Want de staat kan en wil ook niet de eisen van het volk horen dat langzaam werd ontzegd van haar publieke goed, haar res publica.

Het is trouwens overduidelijk dat het de menselijke waardigheid en de koppige vastberadenheid van de opstandelingen is die net aan de bedriegers van de republiek de golf van geweld besparen die hen anders fysisch zou treffen tot in hun getto’s van vuil geld. Het toppunt van absurditeit is wel dat die oplichters er niets beter op vinden dan een beweging voor schietschijf te nemen die hen verhindert om hun geweld op een aanvaardbare manier te rechtvaardigen. Ze jutten hun waakhonden uit de media en de politie op. Ze steken ogen uit, ze zetten gevangen, ze vermoorden straffeloos. Ze vermenigvuldigen de provocaties terwijl ze hun uiterlijke en belachelijke tekenen van rijkdom voor de ogen van de armsten ten toon spreiden. Laat hun bezorgdheid om de verwoestende vandalen van vuilnisbakken en etalages te achterhalen, zo niet om de verwoesting van vuilnisbakken en etalages te bevorderen, niet zien dat ze geen echte burgeroorlog nodig hebben, maar wel het spektakel, de enscenering ervan? De chaos komt, zoals iedereen weet, het zakendoen goed uit.

De leiders hebben geen andere steun dan het profijt waarvan de onmenselijkheid aan hen vreet. Ze hebben geen andere intelligentie dan het geld dat er de plaats van inneemt. Zij zijn de barbaarsheid en de opstandelingen zullen niet ophouden die geüsurpeerde legitimiteit af te schaffen.

Voorrang geven aan het menselijke wezen, zich organiseren zonder baas noch zelfverklaarde vertegenwoordiger, de voorrang verzekeren van het bewuste individu tegenover de mekkerende individualist van de populistische kudde, dat zijn voor de aan gang zijnde opstand en voor de bevolkingen van de aarde de beste garanties voor de ineenstorting van het onderdrukkende systeem en haar vernielzuchtige geweld.

Vraag: Het klimaat warmt op, de biodiversiteit neemt af, het Amazonewoud brandt met de actieve medeplichtigheid of op het principiële verzoek van de regeringen. Kan de strijd tegen de verwoesting van de natuur, die een groot deel van de (westerse maar ook wereld-) bevolking en haar jeugd mobiliseert, een hefboom zijn voor het ‘opstandige pacifisme’ dat u voorstaat?

De brand van het Amazonewoud is deel van het grotere programma van woestijnvorming dat de kapitalistische roofzucht oplegt aan alle Staten van heel de wereld. Het is op zijn minst bespottelijk om zich te beklagen bij de Staten die niet aarzelen om hun eigen nationale territoria te vernielen uit naam van de prioriteit van het profijt. Overal gaan regeringen over tot ontbossing, verstikken ze de oceanen onder het plastic, vergiftigen ze moedwillig de voeding. Schaliegas, petroleum- en goudboringen, ondergrondse opslag van kernafval zijn slechts details ten opzichte van de aantasting van het klimaat die wordt versneld door de dagelijkse productie van hinder door de bedrijven vlak bij ons, binnen handbereik van het volk dat er het slachtoffer van is.

De bewindslui gehoorzamen aan de wetten van Monsanto en beschuldigen een burgemeester van illegaliteit omdat hij pesticiden verbiedt in zijn gemeente. De gezondheid van zijn inwoners beschermen wordt hem als een misdaad aangerekend. Dat is het strijdtoneel, aan de basis van de samenleving, waar de wil voor een beter leven opduikt uit de onzekerheid van het bestaan.

In die strijd is het pacifisme van geen tel. Ik wil alle dubbelzinnigheden ophelderen. Het pacifisme riskeert niets meer te zijn dan een pacificatie, een humanisme dat een terugkeer verdedigt naar het hok van de lijdzame.

Overigens is er niets minder vreedzaam dan een opstand, maar niets is zo afschuwelijk dan die oorlogen van het paramilitaire gauchisme waarvan de leiders zich spoeden hun macht op te leggen aan het volk dat ze pochend bevrijden.

Offervaardig pacifisme en gewapende tussenkomst zijn de twee kanten van een tegenstelling die moet worden overstegen. Het menselijke bewustzijn zal een merkbare vooruitgang hebben geboekt wanneer de wachters van het mekkerende pacifisme zullen hebben begrepen dat ze de Staat het recht op de matrak en de leugen toekennen telkens als ze zich overgeven aan het ritueel van de verkiezingen om, volgens de vrijheden van de totalitaire democratie, de vertegenwoordigers te kiezen die alleen zichzelf vertegenwoordigen, voor het algemeen belang stemmen dat vroeg of laat persoonlijk belang wordt.

En wat betreft de aanhangers van een wrekende woede mag de hoop worden uitgesproken dat ze de mise-en-scène van het rollenspel door de media beu worden en dat ze leren en er zich aan overgeven, om het hangijzer te grijpen waar het systeem echt wordt geraakt: het profijt, de rendabiliteit, de portefeuille. Het verspreiden van de kosteloosheid is de meest natuurlijke verzuchting van het leven en van het menselijke bewustzijn waarmee het leven ons bevoorrecht. De wederzijdse hulp en de feestelijke solidariteit ten toon gespreid door de opstand van het dagelijkse leven zijn een wapen dat door geen enkel wapen dat doodt kan worden overwonnen.

Nooit een mens vernietigen en nooit ophouden met het vernietigen van wat een mens ontmenselijkt.  Vernielen wat zich voorneemt ons te doen betalen voor het onvergankelijke recht op geluk.

Utopie? Draai en keer het zoals je wil. We hebben geen ander alternatief dan het onmogelijke te proberen of te kruipen als larven onder de ijzeren hiel die ons verplettert.

[Integraal (dus met de weggelaten twee vragen en antwoorden in Le Monde) verschenen vraaggesprek met Raoul Vaneigem op de site La voi du jaguer. Vertaling Geert Carpels.]

[Beeldmateriaal ontleend aan de Rotterdamse dichter en illustrator Manuel Kneepkens.]

Bron: Libertaire orde


De oerleugen van het neoliberalisme

MO*lezing: 100 minuten tegen ongelijkheid

Ewald R. Engelen . 24 december 2019

Gaat 2020 het jaar van de revolutie worden? Voorspellen is moeilijk, zeker als het om de toekomst gaat. Maar als de voortekenen niet bedriegen, zou het zomaar kunnen.

Ga maar na. In Frankrijk hebben de gele hesjes het hele jaar door iedere zaterdag in dorpen en steden gedemonstreerd tegen het hautaine beleid van president Macron. In België gingen honderdduizenden de straat op om politici duidelijk te maken dat ze haast moesten maken met het beteugelen van de CO2 uitstoot.

In Hongkong kwamen jongeren in verzet tegen Chinese bestuurders die hen democratische vrijheidsrechten ontzegden. In Nederland blokkeerden boeren en bouwers de snelwegen omdat zij meenden onterecht te moeten opdraaien voor de structurele overschrijdingen van de stikstofnormen die voortvloeiden uit het Europese natuurbeleid.

Wereldwijd staakten scholieren en studenten vrijwel iedere vrijdag om te protesteren tegen de lakse wijze waarop politici hun toekomst aan het vergooien waren. Om over de protesten in Iran en Chili maar te zwijgen.

Wie een beetje historisch onderlegd is, ziet onmiddellijk de parallellen met dat andere mondiale revolutiejaar: 1848, het jaar waarin een jonge Karl Marx en Friedrich Engels hoopten mee te kunnen liften op het burgerlijke ongenoegen over de feodale restauratie van 1815 om de ontluikende arbeidersbeweging aan zich te binden. Het bracht ons burgerlijke grondwetten, handelskapitalisme, paternalistisch kolonialisme (“the white man’s burden”) en het prachtige Communistische Manifest met het spook van het communisme dat over Europa waart als onvergetelijke openingszin.

Het leven is er niet beter op geworden

Wat 2020 ons gaat brengen, is ongewis. Het wereldwijde ongenoegen is ontbrand door verschillende vonken – stikstofnorm in Nederland, dieselaccijnzen in Frankrijk, metrokaartjes in Chili, whatsapp-belasting in Libanon, verdwijningen in Hongkong. Maar de gedeelde grondtoon is er een van doffe electorale teleurstelling over het uitblijven van de neoliberale beloftes van veertig jaar geleden.

Het bruto binnenlands product is dan wel gegroeid, de mondiale welvaart weliswaar gestegen, de handelsstromen verdrievoudigd, de kapitaalstromen vertienvoudigd en de nieuwsstromen verhonderdvoudigd: voor de meeste mensen op aarde is het leven er niet of nauwelijks beter op geworden.

Inkomensstagnatie in het mondiale Noorden, al dan niet gecompenseerd door een exorbitante aanwas van private schulden. Terwijl de relatieve inkomensgroei in het mondiale Zuiden – twee maal niets is nog steeds nauwelijks iets – is gekocht tegen een scherpe verslechtering van milieu en welzijn.

De ecologische voetafdruk van onze consumptie is naar China verhuisd, waardoor wij weer in Rijn en Schelde kunnen zwemmen maar de Jangtsekiang-rivier is veranderd in een open riool en de inwoners van Beijing en Shanghai met mondkapjes over straat moeten.

Ondertussen is er een paralleluniversum van machtigen en rijken ontstaan, die zich volledig hebben kunnen afzonderen van de noden en kwalen van de rest, voor wie een apart rechtsstelsel bestaat, wier paleizen onzichtbaar zijn op Google Maps, die het merendeel van de economische groei van de laatste veertig jaar in eigen zak hebben gestoken, voor wie belasting betalen vrijwillig is in plaats van een plicht, die verantwoordelijk zijn voor het merendeel van de ecologische rampspoed die op ons afkomst, en die er in zijn geslaagd onze democratische instituties te kapen en voor hun eigen gewin in te zetten.

De oerleugen, dames en heren, kwam niet uit het onbehouwen keelgat van een rechtse populist maar uit de keurige mond van een sociaaldemocratische of christendemocratische politicus, die simpelweg herhaalde wat een neoliberale econoom hem had ingefluisterd: namelijk dat de welvaart van de rijken door druppelt naar de portemonnee van de armen.

Het is een leugen die in vele variaties nu al veertig jaar door politici van de middenpartijen wordt herhaald. Net als de leugen dat we groei nodig hebben om onze klimaatdoelstellingen te halen en de planeet te redden. En de leugen dat markten efficiënter zijn dan staten.

En dus zijn onze verzorgingsstaten ontmanteld, is de publieke dienstverlening verschraald, zijn de belastingen voor de rijken en groten verlaagd, is de arbeidsmarkt geflexibiliseerd, zijn de kapitaalcontroles verwijderd en is onze planeet het wingewest geworden van die ongekende machtsconcentraties die we multinationals noemen en die zonder enige scrupules steeds inventievere manieren verzinnen voor de maximale uitbuiting van mens, dier en natuur om de rijken, in de gestalte van anonieme aandeelhouders en obligatiebezitters, nog rijker te maken dan ze al zijn.

Alles voor nog meer winst per aandeel: fuck de gemeenschap, fuck de werknemer, fuck de natuur, fuck toekomstige generaties, fuck de planeet.

Oorzaak en schuld

Als dat de bron van het mondiale electorale ongenoegen is, hoe komt het dan dat de politieke rattenvangers van extreem rechts ermee aan de haal gaan? Als het neokolonialisme en het exploitatieve kapitalisme van de multinational het probleem is, hoe komt het dan dat de migrant, de vluchteling en de Islam de schuld krijgen?

Per slot van rekening is de Noord-Afrikaanse vluchteling die via de hachelijke reis over de Middellandse zee een goed heenkomen in Europa heeft proberen te vinden net zozeer het slachtoffer van het ongebreidelde kapitalisme van de 21ste eeuw als de bijstandsmoeder uit Heerlen, de winkelier uit Molenwijk of de landbouwingenieur uit Houellebecqs Serotonine.

Kimaatverandering, migratiestromen en de afkalving van de verzorgingsstaat worden alle drie veroorzaakt door dezelfde leugen: dat het egoïsme van vrije markten superieur is aan de solidariteit van verzorgingsstaat en maatschappelijk middenveld.

Het antwoord is simpel. Pers en universiteit zijn gekocht door hetzelfde grootkapitaal dat de middenpartijen in haar zak heeft zitten.

De traditionele tegenmachten van journalistiek en academia zijn vergruisd onder dezelfde commerciële logica die de verzorgingsstaat kapot heeft gemaakt: likes, clickbait, winst, privatisering, gekocht onderzoek en KPI’s of key performance indicatoren zoals het in het dieventaaltje van de manager heet zijn leidend geworden.

En dus doen redacteur en hoogleraar hetzelfde als de politicus en de ceo: de liturgie van het neoliberalisme prevelen, en de culturele breuklijnen tussen de geloven, de seksen, de etniciteiten en de generaties uitvergroten om het maar niet te hoeven hebben over de onderliggende politieke economie van uitbuiting en toe-eigening.

Ondertussen kijkt het grootkapitaal glimlachend toe en concludeert dat het goed is: de burgerij vliegt elkaar in de haren over futiliteiten en laat de aandeelhouder en zijn handlangers in de politiek ongemoeid.

Identitaire manoeuvres

Vandaar mijn hartstochtelijke oproep: laat je niet langer afleiden door de identitaire manoeuvres waarmee het politiek-economische patriarchaat van grootbedrijf en middenpartij de slachtoffers van veertig jaar neoliberalisme uit elkaar proberen te spelen: man en vrouw, jong en oud, zwart en wit, Noord en Zuid, stad en land, gelovig en ongelovig.

Maar blijf de blik strak gericht houden op de gemeenschappelijke vijand: de leugens van het neoliberalisme die nu al veel te lang onweersproken uit de kelen van onze fossiele politici komen. Die leugens zijn verankerd in het merendeel van de wetgeving van de laatste veertig jaar, niet in de laatste plaats die van de Europese Unie met zijn schaalvergrotende landbouwbeleid, zijn milieuhypocrisie en zijn desastreuze vrijhandelsverdragen.

Wat mij betreft wordt 2020 inderdaad het jaar van de anti-neoliberale revolutie. Ontwaakt, gij verworpenen der aarde, of u nu een geel, een rood of een groen hesje draagt. Pak de hooivorken en trek ten strijde, tegen de status quo, het establishment, de gevestigde machten en de heersende ideeën.

Er is geen tijd te verliezen. Binnen nu en tien jaar moet het neoliberale varkentje zijn gewassen. Anders kunnen we het wel vergeten.

Bron: https://www.mo.be/opinie/de-oerleugen


Wat is Neoliberalisme?


What you need to be warm

by Neil Gaiman

‘A baked potato of a winter’s night to wrap your hands around or burn your mouth.
A blanket knitted by your mother’s cunning fingers. Or your grandmother’s.
A smile, a touch, trust, as you walk in from the snow
or return to it, the tips of your ears pricked pink and frozen.

The tink tink tink of iron radiators waking in an old house.
To surface from dreams in a bed, burrowed beneath blankets and comforters,
the change of state from cold to warm is all that matters, and you think
just one more minute snuggled here before you face the chill. Just one.

Places we slept as children: they warm us in the memory.
We travel to an inside from the outside. To the orange flames of the fireplace
or the wood burning in the stove. Breath-ice on the inside of windows,
to be scratched off with a fingernail, melted with a whole hand.

Frost on the ground that stays in the shadows, waiting for us.
Wear a scarf. Wear a coat. Wear a sweater. Wear socks. Wear thick gloves.
An infant as she sleeps between us. A tumble of dogs,
a kindle of cats and kittens. Come inside. You’re safe now.

A kettle boiling at the stove. Your family or friends are there. They smile.
Cocoa or chocolate, tea or coffee, soup or toddy, what you know you need.
A heat exchange, they give it to you, you take the mug
and start to thaw. While outside, for some of us, the journey began

as we walked away from our grandparents’ houses
away from the places we knew as children: changes of state and state and state,
to stumble across a stony desert, or to brave the deep waters,
while food and friends, home, a bed, even a blanket become just memories.

Sometimes it only takes a stranger, in a dark place,
to hold out a badly-knitted scarf, to offer a kind word, to say
we have the right to be here, to make us warm in the coldest season.

You have the right to be here.’

Bron: https://www.brainpickings.org/2020/01/08/what-you-need-to-be-warm-neil-gaiman/


Gedroomd leven


Het zelfhelend vermogen van de samenleving

Zelfhelend

Zomerreeks – Hoop 2019

  • MARK VAN DE VOORDE – Onafhankelijk publicist en columnist, gewezen speechschrijver van Herman Van Rompuy

Verzet is geen deugd van de meerderheid. Voor verzet is de moed van de tegendraadsheid nodig. Moedig is de massa niet, de massa is gedwee. Tegendraads moedig en moedig tegendraads zijn enkel enkelingen. In de slipstream van hun woorden van verzet volgen minderheden met daden van protest.
Protest is de macht der machtelozen. Maar wanneer machtelozen door te protesteren macht tonen, kan het verdrongen protest en het vergeten verzet van de massa worden gewekt. Minderheden schrijven op die wijze geschiedenis. Dat verandert de samenleving.
Wanneer? Dat weten we niet. Vooral in tijden als de onze, waarin verdelende extremen het bemiddelende midden opslokken en de tegenstellingen opjuinen in plaats van overbruggen. Vooral in tijden als de onze, waarin de behoefte aan veiligheid de waarde van vrijheid geringschat, vijandbeelden het portret van broederlijkheid overschilderen, kloven tussen arm en rijk de gelijkheid doen vergeten.
Er is dus meer dan moed nodig om het vol te houden. Er is hoop nodig. ‘Ik probeer hoop te houden, want zonder hoop ben ik niet in staat om de wereld te veranderen’, zegt de Amerikaans-Duitse filosofe Susan Neiman (De Groene Amsterdammer, 4/7/2019).
Om te hopen moet je dromen koesteren: I have a dream, Yes we can, Wir schaffen das.Naïef, flauw, flets, lullig…, zegt de cynicus. Is dat zo? Als in de samenleving dromen verdwijnen, verschijnen nachtmerries. Nachtmerries wekken geen hoop op maar angst. Dromen wekken hoop op.

Angst en hoop zijn niet toevallig dé twee emoties die mensen politiek kunnen mobiliseren. Het zijn de emoties die ons doen opstaan: hoop om de hand aan de ploeg te slaan, angst om op de vlucht te slaan.
Vandaag is in onze samenleving angst de mobiliserende kracht, maar angst is destructief. Angst wekt haat op en zint op wraak. Angst mobiliseert, maar verbindt niet. Angst is ook niet toekomstgericht, hij verbeeldt zich een verleden. Je kunt niet achterwaarts dromen van de toekomst, allerminst als dat verleden een mythe is.
Hoop moet de angst verdrijven, angst verdrijft nooit zichzelf. Daarom is hoop mijn plicht. Ik bewaar, koester en voedt dus mijn dromen van een samenleving waarin mensen elkaar sterken in plaats van jennen, van een politiek waarvan het motto niet verdeel-en-heers maar verdeel-en-geef is, van een economie die erop is gericht ‘dat allen deel zouden hebben aan het succes’ (motto van Ludwig Erhard, vader van ons Rijnlandse model dat volgens neoliberale economen en ook sommige werkgeversorganisaties op de schop moet).

De tijdgeest is niet mee, maar tijdgeesten zijn draaiende winden. Dat is mijn eerste reden om te hopen. Bovendien, een tijdgeest van angst is een hevige windstoot. Rukwinden duren niet. Angst is een emotie die een samenleving – net als een mens – niet lang vol kan houden zonder ziek te worden. Angst is niet alleen destructief, hij is ook zelfvernietigend.

Mijn tweede reden om de hoop op te houden is dat de samenleving zelfhelend is. Of om het te zeggen met de woorden die op het Tweede Vaticaans Concilie werden neergeschreven, ‘ligt het lot van de mensheid in handen van hen die erin slagen om de komende generaties motieven te geven om te leven en te hopen’ (Gaudium et Spes). Ik geloof rotsvast in het zelfherstel van de samenleving.
Ik heb altijd geloofd in het vermogen van de samenleving om wat scheef was gegroeid, weer recht te trekken. Zolang een beschaving niet stervende is, bezit ze een zelfgenezende kracht. De zelfgenezende kracht van de samenleving is het spirituele immuunsysteem van haar culturele wortels.
Ik zie het ook gebeuren. Europa recht zijn rug, weliswaar met de nodige strubbelingen. De Europese verdeeldheid maakt stilaan plaats voor een nieuwe dynamiek van Europees zelfbewustzijn en Europese integratie. Populisten die de nadruk legden op de verschillen, ondergingen bij de Europese verkiezingen hun eerste tegenslagen.
In Tsjechië groeit het protest tegen de corrupte premier Babis. In Polen slinkt de populariteit van de illiberale PiS-partij. Onrecht blijft nooit duren. En verder: in Turkije dolf Erdogan het onderspit bij de nieuwe verkiezing voor Istanbul; in Hongkong boog chief executive en Beijings handpop Carie Lam voor het protest.

Mijn derde reden om de hoop niet op te geven is de vaststelling dat in onze samenleving de schaamte over het eigen (wan)gedrag niet is verdwenen. Dat is belangrijk, want schaamte is de eerste stap naar moreel handelen. Het is ook de schaamte die ons tot fatsoenlijke mensen maakt.
Hoe paradoxaal ook, de ‘getuigenissen’ van mensen die bij de jongste verkiezingen voor Vlaams Belang stemden, zijn illustratief. Op de vraag waarom begon elk antwoord met: ‘Ik ben geen racist, maar…’ Ook elke sneer naar vreemdelingen begint daarmee. In wezen excuseert men zich voor zijn gedrag. Gedrag is immers een kwestie van herkenning: ‘Wij zijn niet zo!’ Mensen weten dus wat hoort en niet hoort. Waar het nu op aankomt, is dat we hen mee kunnen nemen in de opstand van de fatsoenlijken.

Mijn vierde en laatste redenom te blijven hopen: ik ben katholiek (wat betekent: de wereld omvattend en allen liefhebbend). Als christen heb ik de spirituele aanleg tot hopen, ik moet ‘verantwoording afleggen van de hoop die in ons is’ (1Petrus 3, 15).

Deze bijdrage verscheen in de SamPol-zomerreeks Hoop 2019


MESSAGE FROM A BEAR

In late 1994, Paul Shepard gave a talk, “The Origin of the Metaphor: The Animal Connection,” as part of the “Writings on the Imagination” lecture series at the Museum of Natural History in NYC. (Full text included in The Others, Island Press/Shearwater Books, pages 331-333.) He ended his remarks with “a letter delivered to me by a bear,” addressed to humanity from the Others, the animals. These words were among the last spoken on a public occasion before his death from cancer in 1996.

A MESSAGE FROM THE OTHERS

From: The Forest, The Sea, The Desert, The Prairie

Dear Primate P. Shepard and Interested Parties:

We nurtured the humans from a time before they were in the present form. When we first drew around them they were, like all animals, secure in a modest niche. Their evident peculiarities were clearly higher primate in their obsession, social status, and personal identity. In that respect they had grown smart, subtle, and devious, committed to a syndrome of tumultuous, aseasonal, erotic, hierarchic power.

Like their nearest kin, they had elevated a certain kind of attention to a remarkable acuity which made them caring, protective, mean, and nasty in the peculiar combination of squinched facial feature and general pettiness of monkeys.

In ancient savannas we slowly teased them out of their chauvinism. In our plumage we gave them aesthetics. In our courtships we tutored them in dance. In the gestures of antlered heads we showed them ceremony and the power of the mask. In our running hooves we revealed the secret of grain. As meat we courted them from within.

As foragers, their glance shifted a little from corms and rootlets, from the incessant bickering and scuffling of their inherited social introversion. They began looking at the horizon, where some of us were both danger and greater substance.

At first it was just a nudge–food stolen from the residue of lion kills, contended for with jackals and vultures, the search for hidden newborn gazelles, slow turtles, and eggs. We gradually became for them objects of thought, of remembering, telling, planning, and puzzling us out as the mystery of energy itself.

We tutored them from the outside. Dancing us, they began to see in us performances of their ideas and feelings. We became the concreteness of their own secret selves. We ate them and were eaten by them and so taught them the first metaphor of their frantic sociality: the outerness of themselves, and ourselves as their inwardness.

As a bequest of protein we broke the incessant round of herbivorous munching, giving them leisure. This made possible the lithe repose of apprentice predation and a new meaning for rumination, freeing them from the drudgery of browsing and the grip of relentless interpersonal strife. Bringing them into omnivorousness, we transformed them forever and they entered the game as a different player.

Not that they abandoned their appetite for greens and fruits, but enlarged it to seeds and meat, and to the risky landscapes of the mind. The savanna or tundra was essential to this tutorial, as a spaciousness open to infinite strategies of pursuit and escape, stretching the senses to their most distant reference. Their thought was invited to a new kind of executorship, incorporating remembrance and planning, to parallels between themselves and the Others and to words-our names-that enabled them to share images and ideas.

Having been committed in this way, first as food and then as the imagery of a great variety of events and processes, from signs in dreams to symbols in metaphysics, we have accompanied humans ever since. Having made them human, we continue to do so individually, and now serve more and more in therapeutic ways, holding their hands, so to speak, as they kill our wildness.

As slaves we stay close. As something to “pet” and to speak to, someone to be there and need them, to be their first lesson in otherness, we have shared their homes for ten thousand years. They have made that tie a bond. From the private home we have gone out to the wounded and lonely, to those yearning for unqualified devotion–to hospitals, hospices, homes for the aged, wards of the sick, the enclaves of the handicapped and retarded, and prison.

All that is well enough, but it involves only our minimal, domesticated selves, not our wild and perfect forms. It smells of dependency.

They still do not realize that they need us, thinking that we are simply one more comfort or curiosity. We have not regained the central place in their thought or meaning at the heart of their ecology and philosophy. Too often we are merely physical reality, mindless passion and brutality, or abstract tropes and symbols.

Sometimes we have to be underhanded. We slip into their dreams, we hide in the language, disguised in allusion, we mask our philosophical role in “nature aesthetics,” we cavort to entertain. We wait in children’s books, in pretty pictures, as burlesques in cartoons, as toys, designs in the very wallpaper, as rudimentary companion or pets.

We are marginalized, trivialized. We have sunk to being objects, commodities, possessions. We remain meat and hides, but only as a due and not as sacred gifts. They have forgotten how to learn the future from us, to follow our example, to heal themselves with our tissues and organs, forgotten that just watching our wild selves can be healing. Once we were the bridges, exemplars of change, mediators with the future and the unseen.

Their own numbers leave little room for us, and in this is their great misunderstanding. They are wrong about our departure, thinking it to be a part of their progress instead of their emptying. When we have gone they will not know who they are.

Supposing themselves to be the purpose of it all, purpose will elude them. Their world will fade into an endless dusk with no whippoorwill to call the owl in the evening and no thrush to make a dawn.

–The Others

[Copyright © 1996-2018 Florence Rose Krall Shepard. All rights reserved.]


Ermitaño


Climbing to the top


%d bloggers liken dit: